Ga direct naar: submenu | search | Site-navigatie
Wanneer door de KNVB of de club (AZ N.V.) aan AZ-supporters een stadionverbod is opgelegd, wordt daarvan kennisgegeven aan de politie (Inspecteur van Politie NHN, Voetbalcoordinator AZ) en aan de Gemeente Alkmaar, Concernstaf afdeling Bestuur & Strategie Team Openbare Orde en Veiligheid. De burgemeester kan vervolgens een stadionomgevingsverbod opleggen. Dit zal in de regel dienen te geschieden binnen zes weken na oplegging van een eventueel stadionverbod.
Als wordt overwogen aan een persoon een stadionomgevingsverbod op te leggen, wordt dit voornemen kenbaar gemaakt door de beleidsadviseur Openbare Orde en Veiligheid aan die persoon, namens de burgemeester. Vervolgens wordt deze eerst in de gelegenheid gesteld schriftelijk zijn of haar zienswijze hieromtrent naar voren te brengen.
Of naast een stadionverbod tevens een stadionomgevingsverbod wordt opgelegd, hangt af van de ernst van de gedragingen. Niet elke gedraging waarvoor een stadionverbod wordt opgelegd noodzaakt immers in het kader van de bescherming van de openbare orde tot het opleggen van een stadionomgevingsverbod.
Bij het opleggen van een stadionomgevingsverbod dient het vereiste van de proportionaliteit in acht te worden genomen. Het besluit tot opleggen van het stadionomgevingsverbod wordt afgegeven door de beleidsadviseur Openbare Orde en Veiligheid (namens de burgemeester).
Wanneer wordt besloten tot een stadionomgevingsverbod correspondeert de duur van het verbod in beginsel met de duur van het stadionverbod, voor zover van toepassing, volgens de richtlijn Termijn Stadionverbod KNVB (zie bijlage 1). Er kan door de burgemeester van de termijnen worden afgeweken, indien er omstandigheden zijn die dit rechtvaardigen. De afwijking dient te worden gemotiveerd.
Laatste wijziging: 11 juni 2010