Plan:
Westerweg - Spoorbaan
Plannummer:
005
Status:
onherroepelijk
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
4 Overleg

Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8 van het Besluit op de Ruimtelijke Ordening is overleg gepleegd met de hierna genoemde personen en instanties. De resultaten van dit overleg zijn als volgt:

1. burgemeester en wethouders van Heiloo

stemmen blijkens brief van 29 november 1971 met het ontwerpbestemmingsplan in.

2. de Inspecteur van de Ruimtelijke Ordening in Noord-Holland en Utrecht te Amsterdam

heeft bij brief van 22 november 1971 medegedeeld dat het ontwerp-bestemmingsplan hem geen aanleiding geeft tot het maken van op- of aanmerkingen.

3. het Hoofd van de afdeling Gemeentelijke Aangelegenheden van de Provinciale Planologische Dienst van Noord-Holland te Haarlem

heeft bij brief van 21 december 1971 opgemerkt dat:

- het vestigen van kantoren in dit gebied niet gerechtvaardigd lijkt;

- het stichten van een uitvaartcentrum, gelet op de nabijheid van een begraafplaats niet geheel onjuist lijkt, hoewel de combinatie met de andere gebouwen qua funktie moeilijk te verdedigen voorkomt, en dat het de voorkeur verdient het uitvaartcentrum als een aparte bestemming op te nemen;

- de aanduiding van het maximale bebouwingspercentage in renvooi op de plankaart bij "bestemmingen" dient te worden ondergebracht;

- de toelichting voor wat betreft het noemen van de gemeente Heiloo zodanig ware aan te passen dat de toelichting na een eventuele grenswijziging niet behoeft te worden veranderd; in de toelichting een ander opschrift boven de artikelsgewijze behandeling van de voorschriften ware te plaatsen.

Hieromtrent kan worden opgemerkt:

- dat de toevoeging van het woord "kantoren" aan de bestemmingsomschrijving slechts is geschied om eventuele twijfel of vestiging van een kantoor op deze bestemming toegelaten zou zijn, weg te nemen; in de toelichting op de bestemming "terreinen voor bijzondere doeleinden" wordt deze bebouwingsmogelijkheid dan ook wel genoemd, maar in de laatste plaats; er bestaat geen enkele gedachte aan het bezigen van dit gebied voor kantorenvestiging ter bevordering van de werkgelegenheid; van enige belangstelling voor kantorenvestiging is dit gebied door welke instantie dan ook nimmer gebleken; de enige mogelijkheid die bij het redigeren van de voorschriften voor ogen stond en waarin aanleiding gevonden is voor het wegnemen van eventuele twijfel door toevoeging van het woord "kantoren", was de eventuele bouw van een architektenkantoor, een plaatselijk kantoor van een verzekeringsmaatschappij of een soortgelijke instelling en al of niet met bovenwoning; indien daartegen evenwel bedenkingen rijzen dan ontmoet het geen enkel bezwaar de bouw van ook dergelijke kantoorvestigingen in dit gebied uit te sluiten; de voorschriften en de toelichting zijn inmiddels dienovereenkomstig aangepast;

- dat het thans in de bedoeling ligt een uitvaartcentrum te realiseren op het noordelijke bouwterrein, dat, uiteraard met inachtneming van het bebouwingspercentage, geheel voor dit doel zal worden gebruikt; een daaromheen aan te brengen beplanting kan dit centrum grotendeels aan het oog onttrekken; door de aanleg van het in het plan geprojecteerde parkeerterrein tussen het zuidelijke en het noordelijke bouwterrein, zullen de op die terreinen te stichten gebouwen op zodanige afstand van elkaar zijn gelegen dat in een dergelijke situering het verschil in funktie wel aanvaardbaar is te achten;

- dat omtrent de realisering van het uitvaartcentrum evenwel nog niet die zekerheid is verkregen die de opneming van een afzonderlijke bestemming daarvoor zou rechtvaardigen, waarbij overigens de vraag kan rijzen of er - nu daaraan in de toelichting op het bestemmingsplan zo nadrukkelijk aandacht wordt besteed - nog wel behoefte zou bestaan aan het leggen van een aparte bestemming;

- dat het renvooi op de plankaart inmiddels aan de opmerking over de plaats van het maximale bebouwingspercentage is aangepast;

- dat de toelichting met betrekking tot het noemen van de gemeente Heiloo inmiddels overeenkomstig de gemaakte opmerking is aangepast;

- dat in de toelichting inmiddels een ander opschrift boven de artikelsgewijze behandeling van de voorschriften is geplaatst.

4. de hoofdingenieur-direkteur van de volkshuisvesting en de bouwnijverheid in Noord-Holland te Haarlem

heeft bij brief van 11 november 1971 medegedeeld dat het plan hem uit een oogpunt van volkshuisvesting geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen.

5. de hoofdingenieur-direkteur van de rijkswaterstaat in de direktie Noord-Holland te Haarlem

heeft bij brief van 30 november 1971 medegedeeld dat het plan hem geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen.

6. de hoofdingenieur-direkteur van de Provinciale Waterstaat van NoordHolland te Haarlem

heeft bij brief van 2 december 1971 medegedeeld dat het plan hem geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen.

7. Dijkgraaf en Hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland te Edam

hebben bij brief van 28 december 1971 medegedeeld, dat het plan hen geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen; voorts wijzen zij er op dat de eventuele in de toekomst te realiseren bebouwing voor bijzondere doeleinden, op de gemeentelijke riolering dient te worden aangesloten. Hiermede zal rekening worden gehouden.

8. de N.V. Nederlandse Spoorwegen te Utrecht

merkt bij brief van 15 december 1971 op, dat omtrent de stichting van een spoorweghalte Alkmaar-Zuid grote onzekerheid bestaat en dat de vraag rijst of zelfs nog ooit de ruimtelijke voorwaarden voor de stichting van een dergelijke spoorweghalte vervuld zullen worden. De totstandkoming van deze spoorweghalte zou echter benaderd kunnen worden wanneer in het bestemmingsplan in plaats van de bestemming "terrein voor bijzondere doeleinden" de bestemming "woondoeleinden" zou zijn aangegeven; indien toch aan de bestemming "bijzondere doeleinden" wordt vastgehouden, dringt zij aan op bebouwing, welke een duidelijke relatie zal vertonen met de te bouwen halte.

Ten aanzien van deze brief kan worden opgemerkt dat bij het vooroverleg over een ontwerp-bestemmingsplan De Hoef IV waarin ten zuiden van de Kalkovensweg een spoorweghalte was geprojecteerd door de N.V. Nederlandse Spoorwegen geen opmerkingen over de spoorweghalte zijn gemaakt.

In samenhang daarmede is voor wat betreft de bereikbaarheid van de terreinen met de bestemming bijzondere doeleinden aangenomen dat op de mogelijkheid van aanleg van de spoorweghalte gewezen kon worden. Op de gedeelten van het plan waar de terreinen voor bijzondere doeleinden gedacht zijn, zal zoals reeds in de toelichting onder "Hearing omwonenden" is uiteengezet geen woonbebouwing komen. Gelet op de aard van de geprojecteerde bestemming kunnen aan de N.V. Nederlandse Spoorwegen bezwaarlijk toezeggingen gedaan worden inzake de gevraagde duidelijke relatie van de toekomstige bebouwing met de spoorweghalte. Daartoe kunnen namelijk aan eventuele gegadigden voor de grond moeilijk bepaalde daarmede verband houdende eisen worden gesteld, indien van de zijde van de spoorwegen zelf grote twijfel wordt uitgesproken of de halte er ooit zal komen.

Teneinde aan de opmerkingen van de N.V. Nederlandse Spoorwegen tegemoet te komen is uit de toelichting het gedeelte, waarin gesproken wordt over de bereikbaarheid vanaf de eventueel te stichten spoorweghalte, geschrapt.

9. de Eerstaanwezend-ingenieur der Genie te Amsterdam

heeft bij brief van 10 november 1971 medegedeeld dat het ontwerp-bestemmingsplan hem van defensiewegen bezien geen aanleiding geeft tot het maken van op- of aanmerkingen.

10. de Inspekteur van de Volksgezondheid voor Noord-Holland te heiden heeft blijkens brief van 16 november 1971 geen bezwaar tegen het plan, mits het te bebouwen terrein van een openbaar rioleringssysteem zal worden voorzien, hetwelk zal afvoeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Naar aanleiding hiervan kan worden opgemerkt, dat het inderdaad in de bedoeling ligt op het terrein een openbaar rioleringssysteem, dat zal afvoeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie, zal worden aangelegd. In de toelichting is een en ander thans vermeld.

Tekstuitgave: december 1977.