Plan:
Heldersebuurt
Plannummer:
011
Status:
onherroepelijk
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
4 OVERLEG EN INSPRAAK

Zoals gebruikelijk is het voorontwerp-bestemmingsplan na behandeling in de raadscommissie ruimtelijke ordening, verkeer en economische zaken, in het vooroverleg met instanties als bedoeld in artikel 10 van het Besluit op de Ruimtelijke Ordening gezonden. De resultaten van dit overleg zijn in deze paragraaf samengevat en van commentaar voorzien. Tegelijkertijd is de inspraak op het voorontwerp-bestemmingsplan georganiseerd. Hiertoe is een informatiemiddag en - avond georganiseerd, welke door een huis-aan-huis verspreid infobulletin en door ruime aandacht in de pers ter kennis van belangstellenden is gebracht. Tenslotte is het voorontwerp-bestemmingsplan gedurende enkele weken voor inspraak ter inzage gelegd. De ingekomen reacties zijn in het navolgende samengevat en van commentaar voorzien.

Met de bewonersvereniging Bergerhof is een regulier overleg tot stand gebracht. Van dit overleg zijn verslagen gemaakt.

Ter afronding van het vooroverleg is het ontwerp-bestemmingsplan om commentaar voorgelegd aan de Provinciaal Planologische Commissie (PPC) van de provincie Noord- Holland. De reactie van de PPC en het commentaar hierop zijn in het onderstaande opgenomen.

De volgende instanties hebben bericht geen opmerkingen op het plan te hebben:

  1. Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier;
  2. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, inspectie voor de Volkshuisvesting;
  3. Gasbedrijf kop Noord-Holland NV;
  4. NV PEN Energiebedrijf Noord-Holland;
  5. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek.

REACTIES VOOROVERLEG

Samenvatting van de reacties Commentaar op de reacties

1. PTT Telecom BV

Het bestemmingsplan ligt niet onder een straalverbinding van PTT Telecom bv.

De straalverbindingen t.b.v. de CAI zijn voor zover bekend inmiddels vervallen.

De straalverbinding van de CAI is voor zover ons bekend nog steeds in gebruik.

2. Hoogheemraadschap Uitwaterende Sluizen

Verzocht wordt de onder 3.4 in het plan genoemde persleiding van het hoogheemraadschap, welke gelegen is over het terrein van het gasbedrijf, op de plankaart aan te geven volgens de bijgevoegde detail-revisietekeningen.

Genoemde persleiding is op de plankaart als zodanig aangegeven.

Het verdient aanbeveling de laatste zin van 3.5 te verduidelijken en wel als volgt: om kwantiteitsredenen kan de hemelwaterriolering niet lozen op de ondermalen sloten, doch dient te worden aangesloten op boezemwater.

De laatste zin van 3.5 is verduidelijkt.

Ten aanzien van de op de plankaart aangegeven bestemming 'rioolwaterzuivering" wordt verzocht, in verband met de reeds nu aanwezige bebouwing en gelet op de geplande uitbreiding, de op bijgaande schets aangegeven wijziging op de definitieve plankaart aan te brengen; het betreft de bouwgrens en hoogtescheidingslijn in de zuidoosthoek van het terrein, alsmede de bouwhoogte op het terrein van 7 naar 10 meter.

De betreffende wijzigingen zijn op de plankaart overgenomen.

Tevens wordt verzocht de in punt 8.4 genoemde hoogte van 10 meter te wijzigen in 18 meter.

Deze wijziging is in de voorschriften overgenomen.

3. NV Nederlandse Gasunie

Wellicht ten overvloede wordt er op gewezen dat, uit een oogpunt van veiligheid en bedrijfsvoering, het oprichten van enig bouwwerk niet is toegestaan binnen een afstand van 4 meter, gerekend uit het hart van de gasleiding (plankaart).

Bij het projecteren van de bouwgrenzen is met deze afstandseis zo veel mogelijk al rekening gehouden. Tevens zijn alsnog in de voorschriften de nodige verbodsbepalingen en verplichtingen van aanlegvergunningen voor werken en werkzaamheden opgenomen.

Tevens is het uitvoeren van werkzaamheden, die een veilig en bedrijfszeker gastransport in gevaar kunnen brengen, niet toegestaan (te denken valt aan het aanbrengen van een gesloten wegdek, het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging, het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk, het aanbrengen van diepwortelende beplanting, het indrijven van voorwerpen in de grond en het permanent opslaan van goederen).

In de voorschriften is het uitvoeren van werken en werkzaamheden alsnog gekoppeld aan een aanlegvergunningenstelsel.

4. PTT Telecom. district Haarlem

Er wordt verzocht bij de nadere uitwerking van het plan rekening mee te houden dat langs wegen en straten ten behoeve van het leggen van kabels en leidingen stroken worden gepland, waarop geen beplanting zal worden aangebracht. Bij de realisering van de voorgenomen werkzaamheden wordt gaarne tijdig het gebruikelijke overleg tegemoet gezien.

Met de gemaakte opmerkingen wordt bij de realisatie van het plan rekening gehouden.

5. Ondersteuningsinstituut Noord-Holland

De beoordeling van de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is nog niet mogelijk omdat hoofdstuk 4, overleg en inspraak, van de toelichting slechts voor een deel is ingevuld; de uitkomst van het gevoerde overleg met de bevolking is nog niet vermeld.

Zoals gebruikelijk worden de resultaten van het vooroverleg en de inspraak verwerkt in het definitieve ontwerp van het plan.

De resultaten zijn verwerkt in paragraaf IV. Hiernaar wordt verwezen.

6. Provincie Noord-Holland. dienst Milieu en water

Artikel 15 van de voorschriften geeft aan dat woningen en geluidsgevoelige bestemmingen alleen mogelijk zijn als voldaan wordt aan de grenswaarden van de Wgh; nu er geen verzoek om hogere waarden komt, verdient het aanbeveling om het begrip grenswaarden te vervangen door voorkeursgrenswaarden.

Artikel 15 is komen te vervallen; de betreffende bepaling is alsnog in diverse planvoorschriften, waar dienstwoningen riet vrijstelling worden toegelaten, opgenomen. Hierin wordt nu gesproken over voorkeursgrenswaarden.

Op pagina 30 van de toelichting wordt aangegeven dat rekening is gehouden met een geluidreductie in de nabije toekomst door de vervanging van de huidige klinkerbestrating door glad asfalt; hierbij dient opgemerkt te worden dat het voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen noodzakelijk is dat deze vervanging plaatsvindt voordat deze bestemmingen gerealiseerd worden. Tevens verdient het aanbeveling om, gezien de nog steeds hoge geluidsbelastingen ook na vervanging van de klinkerverharding, de mogelijkheid van geluidsarm asfalt (twin-lay c.q. ZOAB) te overwegen.

In het plan is, met uitzondering van dienstwoningen, niet voorzien in de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen. Overigens zal de Kruseman van Eltenweg al in 1993/1994 worden gereconstrueerd. Voorshands wordt om onderhouds- en civieltechnische redenen uitgegaan van glad asfalt, hetgeen al tot een aanzienlijke reductie van het geluid blijkt te leiden.

7. NV PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland

Ter veiligstelling van de in het plan te leggen c.q. aanwezige leidingen, wordt verzocht in de artikelen 10 en 12 de volgende opmerkingen op te nemen.

Boven de ruimte, beschikbaar gesteld voor het ondergrondse verkeer, mogen geen parkeervoorzieningen komen of aanwezig zijn. De ruimte dient vrij te zijn van bomen en stekelige beplanting hoger dan 75 cm. Tevens dient het leidingtracé vrij te blijven van opslag e.d.

Aangezien op dit moment niet bekend is waar, al dan niet op termijn, de leidingen gelegen zullen zijn c.q. gelegd zullen worden, kunnen deze nog niet op de plankaart worden aangegeven. Dit heeft tot gevolg dat geen (juridische) relatie gelegd kan worden tussen plankaart en planvoorschriften. Op zich is dit evenwel geen probleem, aangezien de gronden met de bestemmingen groenvoorzieningen en verkeersdoeleinden in principe in eigendom en/of in onderhoud bij de gemeente zijn. De genoemde opmerkingen zijn voor de duidelijkheid wel overgenomen in de plantoelichting.

Tenslotte wordt medegedeeld dat, in het belang van de volksgezondheid, de in het plan gelegen gronden geen gevaarlijke stoffen mogen bevatten, die na leidingaanleg in het drinkwater terecht kunnen komen. Zonder tegenbericht wordt aangenomen dat in het plan geen vervuilde gronden aanwezig zijn.

Met betrekking tot bodemverontreinigingen wordt verwezen naar paragraaf 3.3 van de plantoelichting.

8. Provincie Noord-Holland, dienst Ruimte en Groen

Het plan is in het algemeen in overeenstemming met het provinciaal ruimtelijk beleid voor dit gebied zoals vastgelegd in het momenteel geldende Streekplan voor Noord-Kennemerland. Voor activiteiten die de ruimte intensief gebruiken, zoals kantoren, en die aangewezen zijn op een goede bereikbaarheid voor personenverkeer, wordt in de agglomeratie Alkmaar-Heerhugowaard, 75 ha. centrumgebied gereserveerd. In het streekplan is het gebied ten noorden van het station Alkmaar gereserveerd als centrumgebied. Centrumgebieden dienen intensief benut te worden. De werkfunctie is daarbij primair.

Naar verwachting zal deze beleidslijn voor dit gebied worden doorgetrokken in het in voorbereiding zijnde Streekplan Noord-Holland-Noord.

Ook vanuit stedebouwkundig oogpunt kan akkoord worden gegaan met de bebouwingsmogelijkheden in het zuidelijke plandeel.

In het plan worden de parkeernormen voor A en B locaties ruimschoots overschreden. Een heroverweging van de gehanteerde parkeernormen lijkt noodzakelijk.

Ten aanzien van de gestelde parkeernormen en de "classificatie' van het plangebied in het kader van het lokatiebeleid, wordt verwezen naar de gewijzigde paragraaf 3.1.

De functie "kantoren" is nog niet nader uitgewerkt. Verzocht wordt via een nadere uitwerking aan te geven welke soort kantoren zich binnen de bestemming "kantoren" mogen vestigen, daarbij rekening houdend met de eisen die gesteld zijn aan A-locaties.

De functie 'kantoren' is met betrekking tot het lokatiebeleid nader omschreven in de in de voorschriften opgenomen "beschrijving in hoofdlijnen'. Met betrekking tot het plandeel dat als A-Iocatie moet worden aangemerkt, wordt gestreefd naar de realisatie van kantoren met een groot aantal werknemers en/of bezoekers.

Het is niet geheel duidelijk wat het doel is van de artikelen 5.13, 6.12 en 7.15. Verzocht wordt aan te geven welke belangen of waarden door middel van deze artikelen beschermd moeten worden.

Genoemde artikelen zijn niet meer in het plan opgenomen.

In artikel 6.9 is bepaald dat vrijstelling kan worden verleend en dat hieromtrent advies ingewonnen kan worden van de regionale inspectie Milieuhygiëne. De gebruikelijke regeling is echter dat het advies verplicht wordt gesteld.

Genoemde vrijstellingsmogelijkheid is niet meer in het plan opgenomen.

Geconcludeerd wordt dat het plan een goede invulling geeft aan het streekplan, voldoet aan zijn doelstelling en een hoogwaardig vestigingsmilieu creëert op een met het openbaar vervoer goed bereikbare plaats. Op de niet juist gehanteerde lokatienormen na bestaan geen bezwaren tegen het plan.

9. NV Nederlandse Spoorwegen

Het voorontwerp geeft aanleiding tot de volgende opmerkingen (verwijzing naar bijgevoegde tekeningen).

Er wordt akkoord gegaan met de bestemming kantoren die op NSterrein is gelegd (gebied 1, tekening B; gelegen tussen demarcatielijn NS, bestemmingsplangrens Wognumsebuurt en voorontwerp-bestemmingsplangrens); verzocht wordt evenwel in het plan op te nemen dat, indien het binnen 10 jaar niet lukt de gewenste ontwikkelingen tot stand te brengen en de NS het gebied alsnog nodig blijkt te hebben voor spoorse activiteiten, middels een bestemmingsplanwijziging de bestemming "spoorwegdoeleinden" op het onderhavige gebied kan worden gelegd.

Wij zijn niet bereid om op de betreffende gronden een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming 'Spoorwegdoeleinden' te leggen. In het vigerende bestemmingsplan Wognumsebuurt hebben de gronden reeds een bestemming met een bouwmogelijkheid, te weten de bestemming "bedrijven". In overleg met de NS is afgesproken deze bebouwde bedrijvenbestemming te wijzigen in een kantorenbestemming. Het mogelijk maken van een bestemming `spoorwegdoeleinden' op deze lokatie betekent een principiële afwijking van het bestemmingsplan en heeft, behalve belangrijke stedebouwkundige gevolgen, ook milieuhygiënische (geluid) en verkeerskundige gevolgen (parkeren). Mocht de bestemming "kantoren' binnen de reguliere planperiode van 10 jaar niet gerealiseerd kunnen worden, dan zal in een herziening van het bestemmingsplan de invulling van deze strook opnieuw bezien moeten worden en niet door middel van een wijzigingsbevoegdheid.

Verzocht wordt, naast bestemmen voor kantoren met bijbehorend parkeren, tevens de mogelijkheid te bieden voor parkeren ten behoeve van NS-reizigers en voor bebouwing/voorzieningen ten behoeve van de stationsingang, waaronder winkelfuncties, showrooms, werkplaatsen (fietsenmaker), fietsenstalling, voorrijdgelegenheid en dergelijke. Tevens moet het mogelijk zijn onder de kantoren langs de Kruseman van Eltenweg (op maaiveld niveau), showrooms, werkplaatsen en winkels te vestigen. Één en ander met als oogmerk een wat levendiger gebruik van de route naar het station buiten kantooruren.

In het plan is uitgegaan van handhaving van het huidige aantal parkeerplaatsen ten behoeve van treinreizigers.

In het bestemmingsplan is de mogelijkheid geopend, door middel van een vrijstellingsbevoegdheid, kleinere winkels te realiseren, met dien verstande dat dit gekoppeld is aan een bepaalde afstand ten opzichte van de ingang van het station alsmede aan maximum vloeroppervlaktes. Deze beperkingen vinden wij noodzakelijk teneinde overlast aan de nabijgelegen woningen te voorkomen en geen ongewenste verspreiding van winkelvoorzieningen over het centrumgebied van Alkmaar te bewerkstelligen. Werkplaatsen e.d. vinden wij hier niet gewenst in verband met de nabije ligging van woningen en de overlast die van dergelijke bedrijfjes op deze woningen kan uitgaan. Overigens zien wij niet in op welke wijze werkplaatsen bijdragen aan een levendiger gebruik van de route naar het station buiten de kantooruren.

Links op de plantekening is in gebied 1 een leemte ontstaan tussen de wand van het NS-voorplein en de bestaande kantoren in de Wognumsebuurt; hierdoor krijgt het stationsplein te weinig begrenzing vanwege de weidse trechtervormige doorkijk (in de as van de Kruseman van Eltenweg) over het emplacement. Voorgesteld wordt de plangrens en de bouwvlek aan te passen conform de eerdere reactie van 2 juni j.l.

In het plan is alsnog op deze plek bebouwing mogelijk gemaakt, waarbij wordt opgemerkt dat de mogelijkheden voor bebouwing, gelet op de smalle bebouwingsstrook die resteert uitgaande van de demarcatielijn Oel-studie, uitermate smal is. Aanpassing van de plangrens lijkt ons niet noodzakelijk.

Verzocht wordt de beperking van de bouwgrenzen en het bebouwingspercentage, waarvan het nut niet wordt ingezien, uit het plan te schrappen.

Het is niet meer dan vanzelfsprekend in bestemmingsplannen dat bij bebouwingsmogelijkheden bouwgrenzen, maximale bebouwingspercentages en maximale bouwhoogten aangegeven worden. Zou dit niet gebeuren dan zouden onbeperkte bebouwingsmogelijkheden ontstaan, hetgeen uit stedebouwkundig oogpunt niet aanvaardbaar is. De genoemde percentages zijn overigens gebaseerd op praktijkervaringen en zijn door ons na kritische beschouwing deels nog wat aangepast. Voor de beperkingen ten aanzien van de bouwgrenzen wordt verwezen naar paragraaf 2.2.

In gebied 2 (begrensd door demarcatielijn NS en voorontwerp-bestemmingsplangrens), is het gewenst dat de huidige bestemming "Spoorwegen l" wordt gehandhaafd, zij het dat deze zodanig wordt verruimd dat substantiële NS-bebouwing mogelijk wordt, dit ten behoeve van de gewenste wandwerking naar de aangrenzende weg. Ten aanzien van gebied 3 (gelegen tussen demarcatielijn NS OEL-studie en demarcatielijn NS-regio) wordt het volgende opgemerkt Indien in een later stadium blijkt dat er ten behoeve van spoorwegdoeleinden minder ruimte benodigd is dan nu is voorzien. kan de demarcatielijn NS-regio maatgevend worden. Dit zou weer iets meer parkeerruimte kunnen opleveren. Bovendien zou deze strook ter plaatse van de stationstoegang de ruimte bieden om de achtertoegang van het station beter vorm te geven. Voorgesteld wordt in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid op te nemen om daarmee eventueel de vigerende bestemming te kunnen wijzigen in de bestemming van gebied 1.

Ten aanzien van gebied 2 wordt opgemerkt dat op deze hele hoek alsnog een bestemming 'gemengde bebouwing' is gelegd met de bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om vrijstelling te verlenen voor kantoor- en bedrijfsbebouwing ten behoeve van spoorwegdoeleinden.

Mocht later blijken dat meer ruimte beschikbaar is dan nu voorzien, dan kan dit tezijnertijd meegenomen worden bij een herziening van het bestemmingsplan Wognumsebuurt.

Tenslotte wordt in het algemeen ten aanzien van het plan nog het volgende gezegd.

Op dit moment kan niet worden overzien of de genoemde 230 parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden op 5500 m2 grondoppervlak. Wel wordt dit maximum aantal op maaiveld-niveau onderschreven. Meer parkeerplaatsen zullen in een gebouwde parkeervoorziening gerealiseerd moeten worden. Voorgesteld wordt het aantal van 230 parkeerplaatsen in het plan op te nemen in plaats van 5500 m2 grondoppervlak.

In de voorschriften is het huidige aantal parkeerplaatsen als zodanig genoemd.

In het plan is het maximale vloeroppervlak van NS-dienstgebouwen gesteld op 600 m2 met een maximale bouwhoogte van 11 meter. Gelet op de nu in studie zijnde plannen voor een eventueel te bouwen Technisch Centrum in gebied 2 is dit vloeroppervlak te laag. De maximale hoogtebepaling lijkt voorts overbodig.

In de voorschriften van het plan is de mogelijkheid opgenomen om de gronden met de bestemming 'Kantoren" in gebied 2, na vrijstelling van burgemeester en wethouders, ook te kunnen gebruiken ten behoeve van kantoor- en bedrijfsbebouwing voor spoorwegdoeleinden, één en ander tot een maximum vloeroppervlak van 1200 m2 bvo. Voor wat betreft de beperking van de hoogte verwijzen wij naar bovenstaande opmerkingen.

In het plan moet veel explicieter aangegeven worden dat op maaiveldniveau aandacht geschonken moet worden aan de sociale veiligheid van voetgangers en fietsers; dit moet in concrete voorbeelden en voorstellen worden uitgedrukt zoals "open" architectuur op maaiveld en ruimtes aan de straat, die bemenst zijn (geen spiegelglas, geen opslag, geen fietsenhok e.d.), voetgangers- en fietsvriendelijke inrichting van de strook voor de bebouwing (geen hekken, geen te dichte, hoge struiken, kale parkeervelden e.d.).

In de toelichting op het plan is ingegaan op het aspect sociale veiligheid. Wij vinden het uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening niet noodzakelijk om al in dit stadium van de planvorming concrete voorstellen te doen met betrekking tot de inrichting van de gronden, architectuur, materiaalgebruik e.d. Dit is een kwestie van uitwerking van het bestemmingsplan en uitwerking en toetsing van concrete planontwikkelingen. Wij spreken de verwachting uit dat, voor zover de gronden in eigendom zijn van particulieren, met ontwikkelaars goede afspraken kunnen worden gemaakt ten aanzien van de inrichting van deze gronden, zodanig dat deze een verblijfsvriendelijk karakter zullen krijgen.

De voorgestelde herinrichting van het profiel van de Kruseman van Eltenweg doet denken aan de Wognumsebuurt, kaal, breed en hard, en doet veel verloren gaan van de huidige kwaliteit van de straat (groen, kleinschalig).

De herinrichting van de Kruseman van Eltenweg is onontkoombaar als gevolg van de bebouwing van het voormalige slachthuisterrein en de terreinen van de NS. Voorts draagt de herinrichting in belangrijke mate bij aan het beperken van de geluidsoverlast van het wegverkeer' aan omwonenden. Overigens kan de huidige kwaliteit en inrichting van deze straat naar onze mening zeker niet als `kleinschalig` getypeerd worden. In overleg met de bewonersvereniging zal overigens gepoogd worden de bomenrijen aan weerszijden van de weg in stand te houders. Het profiel op de plankaart is hieraan aangepast.

De op blz. 18 van de toelichting genoemde 'verplichte bouwgrens' is op de plankaart niet terug te vinden.

In het plan is geen verplichte bouwgrens opgenomen. De toelichting is aangepast.

10. Ministerie van Economische Zaken. Rijksconsulentschap Noord-Holland

Het plangebied leent zich uitstekend voor de geplande functies, o.a. in de kantoren- en voorzieningensfeer.

De parkeernormen die voor A-locaties in grootstedelijke gebieden gelden, met een op dat niveau adequaat functionerend openbaar vervoer, lijken voor Alkmaar vooralsnog niet toepasbaar. Welke parkeernormen en de wijze waarop de gemeente die gaat hanteren is overigens niet duidelijk. Weliswaar is in de toelichting een tabel met parkeernormen opgenomen, maar van welke oude normen deze aangescherpte nieuwe parkeernormen zijn afgeleid kan uit de tekst niet worden opgemaakt.

De realisering van gebouwde centrale parkeervoorzieningen spreekt, gelet op de efficiënte benutting van de ruimte en de mogelijkheden van fasering ("ingroeien") bijzonder aan.

Voor wat betreft de parkeernormen wordt verwezen naar de gewijzigde paragraaf 3.1.

In artikel 2.24. wordt het begrip ambachtelijk bedrijf gedefinieerd. De toevoeging in de omschrijving ` alsook het verkopen.... etc.", biedt te veel ruimte voor ongewenste activiteiten en kan beter worden geschrapt

De toevoeging in genoemd artikel is, hoewel deze veelal standaard in bestemmingsplannen wordt gehanteerd, geschrapt gelet op het huidige en het toekomstig gewenste karakter van het plangebied.

In artikel 13 (Staat van Inrichtingen) staat onder SBI-code 65/66 detailhandel vermeldt. Voor deze functie is in een bestemmingsplan veelal een zelfstandige bestemming opgenomen. Mede om die reden is het niet noodzakelijk, maar ook niet gewenst, deze functie en bijvoorbeeld ook horeca in de Staat op te nemen.

In de planvoorschriften is een "standaard-lijst" opgenomen, waarin veel meer functies zijn opgenomen dan op basis van de in de voorschriften opgenomen bestemmingen zijn toegelaten. De toe te laten functies zijn evenwel uitputtend in de artikel 6 tot en met 14 genoemd zodat hier naar onze mening geen misverstand over bestaat. Detailhandel hoort hier, met een enkele uitzondering, niet bij.

11. Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Hollands Noorderkwartier

In de komende jaren zal de regio Alkmaar, naast de bouw van een groot aantal woningen, een 15000-tal arbeidsplaatsen moeten realiseren. De locatie rond het station Alkmaar-centraal is één van de speerpunten van het werkgelegenheidsbeleid. Dit beleid richt zich met name op het creëren van attractieve werkgebieden die kunnen concurreren met locaties elders in de Randstad. De ontwikkeling van het plangebied tot een hoogwaardig werkgebied wordt een goede en kansrijke zaak geacht. Gezien de positieve uitstraling van het naastgelegen gebied Wognumse Buurt mag worden geconcludeerd dat voor een hoogwaardige invulling vanuit de markt zeker interesse is.

De in het plangebied reeds aanwezige bedrijfsbebouwing zal de stedebouwkundige vormgeving nadrukkelijk kunnen beïnvloeden. In dit stadium wordt er reeds op geattendeerd dat op den duur een actief verplaatsingsbeleid noodzakelijk zal kunnen blijken zijn om de gewenste omgevingskwaliteit te kunnen bieden.

Zoals ook in de aangepaste toelichting is vermeld, zijn wij er recentelijk in geslaagd één van deze bedrijven te kunnen verplaatsen naar een bedrijventerrein.

Hetgeen in het ontwerp-plan omtrent de bereikbaarheid wordt aangegeven ontmoet bij de Kamer zeer grote twijfel. Ten aanzien van het aanmerken van de locatie Helderse Buurt als A-locatie, wordt opgemerkt dat sprake is van een volkomen misinterpretatie van de uitgangspunten van het locatiebeleid. Bovendien wordt op deze wijze de concurrentiepositie van deze locatie geschaad. In het Rijksbeleid wordt bij A-locaties gedacht aan de knooppunten van openbaar vervoer rond de hoofdstations in de stedelijke gebieden. Het betreft hier in hoofdzaak stedelijk openbaar vervoer, tram en metro, met een hoge frequentie en een uitstekend service-niveau. Het Alkmaarse station is een knooppunt van regionaal openbaar vervoer. Zoals bekend wordt dit vervoer gekenmerkt door een lage frequentie en, helaas, een afnemend dienstbetoon. Tegen deze achtergrond wordt gemeend dat het ontwerp-plan deze locatie ten onrechte kwalificeert als A-locatie.

Het profiel van een B-locatie is meer van toepassing op een gedeelte van het onderhavige gebied.

Alkmaar zal haar concurrentiepositie wellicht kunnen versterken door een afgewogen bereikbaarheidsbeleid. De normen die in de Wognumsebuurt zijn gehanteerd zouden wellicht ook dienen te gelden voor de Helderse Buurt.

Voor onze reactie op de opmerkingen ten aanzien van het lokatiebeleid en de in dit verband gestelde parkeernormen verwijzen wij naar de gewijzigde paragraaf 3.1. De opmerking dat van een `volkomen misinterpretatie" sprake zou zijn kunnen wij niet plaatsen.

Wij zijn van mening dat door een gezamenlijke standpuntbepaling ten aanzien van het lokatiebeleid in regionaal verband, voorkomen kan worden dat bepaalde locaties in de regio een slechtere concurrentiepositie krijgen. Het Regionaal Verkeers en Vervoers Plan (RWP) heeft hierin een belangrijke functie. De Kamer van Koophandel is betrokken bij het opstellen van het RWP. Overigens menen wij dat dit plangebied zodanig gunstig gesitueerd is in de stad, hetgeen in belangrijke mate aanleiding is geweest voor de Rijksgebouwendienst om voor deze lokatie te kiezen, dat voorshands niet gevreesd hoeft te worden voor onverkoopbaarheid van de gronden.

Voor wat betreft het plangebied benoorden de Gasstraat kan niet gesproken worden van een locatie waar de bereikbaarheid per openbaar vervoer het beperken van parkeren van auto's rechtvaardigt.

Verwezen wordt naar de gewijzigde paragraaf 3.1.

Tot dusver is slechts aandacht besteed aan de ontwikkeling van de gebieden ten noorden van het station. Van groot belang is dat niet voorbij gegaan wordt aan de noodzaak ook het gebied aan de zuidzijde te ontwikkelen. Bepleit wordt dat het college opdracht geeft tot het opstellen van een structuurschets voor het gehele stationsgebied. Op deze wijze kan de ontwikkeling van de beide stationslocaties aan weerszijden van de HAL-as met elan zijn beslag krijgen.

Zoals bekend is door het gemeentebestuur prioriteit gegeven aan de opstelling van een structuurschets in HAL-verband. Wij zijn voornemens om in vervolg op deze structuurschets een structuurschets voor (het centrumgebied van) Alkmaar op te stellen.

12.Ministerie van VROM. Rijksplanologische Dienst

Met kantoren op A- en B-locaties kan worden ingestemd.

De gehanteerde parkeernormen zijn echter te ruim, waardoor voorbij gegaan wordt aan de doelstelling van het lokatiebeleid.

Verwezen wordt naar de gewijzigde paragraaf 3.1.

13. Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat. directie Noord-Holland

Het locatiebeleid dat in paragraaf 3.1 is verwoord, is onvoldoende vertaald in de beschrijving van de afzonderlijke bestemmingen in paragraaf 2.3.

Volgens het locatiebeleid zou namelijk wellicht het hele plangebied, met uitzondering van het gebied binnen de afrit van de Huiswaarderweg, als A-locatie moeten worden aangeduid.

Er wordt verwezen wordt de gewijzigde reactie op paragraaf 3.1. en ons commentaar op de reactie 8. Ons streven om uitvoering te geven aan het lokatiebeleid hebben wij verwoord in de alsnog in het plan opgenomen beschrijving in hoofdlijnen.

Erkend wordt dat het huidig gebruik binnen het plangebied deels de uitvoering van het locatiebeleid ~eert. Aanbevolen wordt in de toekomst zich voordoende mogelijkheden in de geest van het locatiebeleid in te vullen.

In het werkdocument van het ministerie van VROM d.d. mei 1990 wordt ten aanzien van de onderhavige situatie uitgegaan van de streefnorm van 1 parkeerplaats op eigen terrein voor 10 werknemers.

Zich in de toekomst voordoende mogelijkheden in het plangebied zullen zoveel mogelijk in de geest van het locatiebeleid ingevuld worden. Tot verwerving en verplaatsing van één bedrijf zijn wij reeds overgegaan.

Echter, uitvoering van de ambitieuze werkgelegenheidsdoelstelling voor deze regio zou kunnen bijdragen aan de vermindering van de interregionale mobiliteit. Tevens zal worden geïnvesteerd in extra openbaar-vervoer-voorzieningen. Deze overwegingen kunnen aanleiding genen tot een matiging van de streefnorm, zodat wellicht een tussenpositie tussen de parkeernorm voor de Randstad/grotere stadsgewesten enerzijds en het landelijk gebied in het noorden van de provincie anderzijds verdedigbaar is.

Verwezen wordt naar de gewijzigde paragraaf 3.1. Zoals in deze paragraaf beschreven, wordt in het bestemmingsplan uitgegaan van een matiging van de streefnormen en van een ingroeimodel.

Deze tussenpositie is aanleiding voor te stellen extra parkeergelegenheid op gemeentelijk terrein te realiseren. Deze extra parkeergelegenheid zou bij voorkeur tijdelijk moeten zijn, totdat de verbeteringen en aanvullingen met betrekking tot het openbaar vervoer zijn gerealiseerd.

Een deel van het parkeren in het plangebied zal geschieden op een door ons centraal aan te leggen parkeerterrein, welk terrein op termijn bebouwd zou kunnen worden.

Aan artikel 11 dient onder lid 2 te worden toegevoegd: "g. nutsvoorzieningen.", dit in verband met de diverse kabels en leidingen die het Noordhollands Kanaal kruisen.

Aan artikel 12 dient onder lid 2 te worden toegevoegd: "h. voorzieningen ten behoeve van de scheepvaart."; de bestemming loopt namelijk tot aan het water.

De artikelen 11 en 12 zijn conform het verzoek aangevuld.

14. Provincie Noord-Holland. dienst Wegen. Verkeer en Vervoer

Met de gehanteerde prognoses kan worden ingestemd indien de in het plan genoemde verkeerstechnische uitgangspunten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.

Met de kwalificaties als A- en B-locatie kan worden ingestemd.

De op blz. 26 genoemde parkeernorm voor kantoren voor A-locaties is echter te hoog. De in ontwikkeling zijnde provinciale nota 'het juiste bedrijf op de juiste plaats' geeft andere streefnormen aan. Voor A-locaties wordt onderscheid gemaakt tussen het stadsgewestelijk deel van de provincie en het landelijk gebied. Hierin wordt als norm gegeven 0,4 resp. 0,8 parkeerplaats per 100 m2 bvo. Verwezen wordt naar de vooroverleg-reactie op het ontwerp-bestemmingsplan Huiswaard-Overstad.

Verwezen wordt naar de gewijzigde paragraaf 3.1.

15. Wijkvereniging Bergerhof Alkmaar (bij brief van 19 oktober 1992)

Er wordt benadrukt dat het bestemmingsplan zoals dat naar de raadscommissie gezonden is ten behoeve van de start van het vooroverleg en de inspraak, niet het resultaat is van het reguliere overleg tussen de Wijkvereniging Bergerhof en de gemeente.

Voor zover ons bekend is nooit de indruk gewekt dat het voorontwerp van het plan het resultaat van het overleg met de Wijkvereniging is. Vanaf het begin van de planontwikkeling hebben wij de verschillen van mening tussen Wijkvereniging en gemeente onderkend en naar buiten toe duidelijk gemaakt.

Eerder wensen ten aanzien van de nota van uitgangspunten zijn niet gehonoreerd in het bestemmingsplan (o.a. ten aanzien van bouwhoogte, opname van de Bergerhof en de Stadskwekerij in het plan, verkeers- en geluidsoverlast e.d.).

Ten aanzien van de bouwhoogte worden de volgende opmerkingen gepleegd.

De hoogte van 11 meter + marges (c.q. 14 meter + marges) is ten opzichte van de naastgelegen bebouwing veel te hoog. De bouwhoogten lopen zelfs op tot 21 meter + marges. Men heeft zich meer georiënteerd op de bestaande kantoren aan de Wognumsebuurt dan op de bestaande woningen aan de Bergerhof.

Wij zijn van mening dat wij met betrekking tot de voorgestelde bouwhoogtes tot een zorgvuldige afweging van belangen hebben kunnen komen. Er is uitdrukkelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van de woonbuurt Bergerhof, hetgeen heeft geleid tot naar onze mening zeer beperkte bouwhoogtes aansluitend de Bergerhof.

Krachtens artikel 4 lid 7 en lid 8 kan bovenop genoemde bouwhoogtes nog eens veel extra's aangebracht worden.

Teneinde planontwikkelingen niet te frustreren menen wij dat het noodzakelijk is ondergeschikte dakopbouwen e.d. zonder meer mogelijk te maken. Wel hebben wij de vrijstellingsmogelijkheid van 10% alsnog geschrapt.

Over de relatie met de Bergerhof wordt in het algemeen opgemerkt dat deze in het plan onvoldoende onderkend wordt, terwijl de ontwikkelingen wel degelijk gevoeld zullen worden. Gedacht kan worden aan de toename van het verkeer.

Het is essentieel voor de leefbaarheid van de Bergerhof en de Bergermeer dat een groene long als de stadskwekerij blijft bestaan.

Het is naar onze mening niet zo dat in het plan de relatie met de Bergerhof onvoldoende onderkend wordt. Het feit dat de Bergerhof niet in dit plangebied wordt opgenomen, voor de Bergerhof geldt nog een redelijk te hanteren bestemmingsplan, wil niet zeggen dat met de Bergerhof in het plan geen rekening gehouden is. Met betrekking tot de ontwikkeling van de stadskwekerij heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden. Door verschuivingen op het complex kan een beperkt deel van de gronden nu reeds gereserveerd worden voor een alternatieve invulling. Deze vrijkomende strook is alsnog in het plan opgenomen met de mogelijkheid om hier een fietsverbinding met groenvoorzieningen aan te leggen.

Het is in dit verband van belang dat de Bergerhof een fiets- voetverbinding krijgt op het geprojecteerde fietspad op pag. 27. Ten aanzien van de rij bomen op de Kruseman van Eltenweg wordt er voor gepleit deze te handhaven (al dan niet op het oude riool).

Voorts is in het plan alsnog mogelijk gemaakt dat een verbinding wordt gerealiseerd tussen dit aan te leggen fietspad en de Bergerhof. Wij zijn bereid in de plannen tot herinrichting van de Kruseman van Eltenweg alsnog uit te aan van handhaving van beide bomenrijen. Het profiel op de plankaart is hieraan aangepast. Uitdrukkelijk wordt er op gewezen dat, aangezien diverse bomen bovenop een riool staan, geen zekerheid kan worden gegeven omtrent de levensvatbaarheid van deze bomen.

Op pag. 27 wordt gesproken over bushalten achter het station. De centrale rol van het station in de planontwikkelingen (zoals de gewenste uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen van de NS) is verontrustend.

Er is niet gesproken over bushalten achter het station. Wel is het de bedoeling om in overleg met de NS tot een aantrekkelijker achteringang van het station te komen, omringd door bebouwing. Hiertoe kunnen bijvoorbeeld ook enkele kleinere winkeltjes behoren of bijvoorbeeld een loket voor het station e.d. Of het op dat moment wenselijk en/of mogelijk is bushalten aan de achterzijde van het station te realiseren is op dit moment nog niet te zeggen. Dit staat overigens ook enigszins los van dit bestemmingsplan.

In het bestemmingsplan is door ons uitgegaan van handhaving van het aantal parkeerplaatsen voor NS-reizigers; uitbreiding is niet voorzien.

In de tellingen op pag. 24 wordt overal een toename van het verkeer geconstateerd, behalve op de Stationsweg en de Jan van Scorelkade.

In de berekeningen is uitgegaan van mobiliteitsbeperkende maatregelen zoals voorzien in het SVV II.

Ten aanzien van het parkeren in het plangebied wordt nog het volgende opgemerkt.

Het parkeerbeleid zoals wij voornemens zijn dat te voeren ten aanzien van dit plangebied, hebben wij verwoord in de aangepaste paragraaf 3.1. van de plantoelichting.

Indien men er niet in slaagt de automobiliteit terug te brengen, dan ontstaan er problemen voor de Bergerhof. De gemeente dient aan te geven welke maatregelen zij denkt te nemen wanneer er parkeeroverlast voor de Bergerhof ontstaat.

Mocht de ontwikkeling van het plangebied tot ernstige parkeeroverlast voor de Bergerhof leiden, dan zijn wij in beginsel bereid voor de Bergerhof een systeem van belanghebbenden-parkeren in te voeren. . Dit zal alsdan in overleg met alle betrokkenen moeten worden ingevoerd.

Voor de berekening van de toekomstige verkeersintensiteit dient uitgegaan te worden van de ontwikkelingen die zich nu voordoen. De berekeningen doen nogal kunstmatig aan en zijn gebaseerd op veronderstellingen die nu al geloochenstraft worden.

Zoals wij ook al in het overleg met de Wijkvereniging hebben gemeld en uitvoerig hebben toegelicht, zijn wij zoveel mogelijk uitgegaan van de werkelijk te verwachten ontwikkelingen in en om het plangebied. Wij zijn ons er van bewust, en hebben dit ook nooit ontkend, dat elke berekening kunstmatig aandoet. Er zijn evenwel geen betere mogelijkheden dan de verkeersmilieukaart om een prognose op te stellen. Elke prognose blijft per definitie bij benadering.

Samenvattend wordt verzocht alle bouwhoogten te verminderen met één verdieping, ruime parkeermogelijkheden te creëren en maatregelen te nemen met betrekking tot de verkeersveiligheid, de groenvoorzieningen te handhaven en de Bergerhof en de Stadskwekerij op te nemen in het bestemmingsplan.

16. Wijkvereniging Bergerhof Alkmaar (bij brief van 19 februari 1993)

Er is regelmatig overleg geweest tussen vertegenwoordigers van de Wijkvereniging en ambtenaren van de dienst. Het ontwerp-bestemmingsplan is niet het resultaat van dit overleg.

Wij hebben helaas moeten constateren dat het uitvoerige overleg dat heeft plaatsgevonden tussen de Wijkvereniging en de gemeente, ondanks hierin toegezegde aanpassingen in het plan en ondanks de uitvoerige toelichtingen op onderdelen, niet heeft geleid tot een plan dat (op hoofdlijnen) de instemming van de Wijkvereniging kan wegdragen. Uit het gehouden overleg hadden wij de indruk dat wij voor een aanzienlijk deel vrees en diverse onduidelijkheden bij de Wijkvereniging hebben kunnen weghalen. De schriftelijke reactie staat helaas haaks op deze indruk.

Er wordt voor gepleit om de Bergerhof en de Stadskwekerij in het plan op te nemen. Een samenhangende visie op wonen, werken en recreatie op het gebied ten noorden van het station Alkmaar is namelijk gewenst. De leefbaarheid van de Bergerhof zal voorts beïnvloed worden door realisering van het bestemmingsplan. De woonfunctie van de Bergerhof moet vastgelegd worden in een nieuw bestemmingsplan. Daarnaast wordt verzocht in het bestemmingsplan vast te leggen dat de stadskwekerij een groenvoorziening is.

In de toelichting op het bestemmingsplan hebben wij uiteengezet waarom wij het niet noodzakelijk vinden beide gebieden in dit bestemmingsplan op te nemen. Wij zien geen argumenten om alsnog beide gebieden in het bestemmingsplan op te nemen. Voor zover de door ons voorgestane ontwikkelingen rond de Bergerhof invloed hebben op de woonwijk, is hiermee in het bestemmingsplan rekening gehouden. Zoals wij in het overleg met de Wijkvereniging al hebben aangegeven, heeft de woonwijk Bergerhof in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan reeds een woonbestemming. De stadskwekerij heeft in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan reeds de bestemming stadskwekerij.

Ten aanzien van dakopbouwen is verzuimd een maximale hoogte en oppervlakte te noemen. De gezamenlijke oppervlakte van dakopbouwen zou niet meer mogen bedragen dan 15% van de oppervlakte van het dak De dakopbouwen dienen maats te worden aan de zuidzijde van de Kruseman van Eltenweg, zover mogelijk van de voorgevel af. Hetzelfde geldt voor de dakopbouwen van de andere kantoren in het plangebied.

In de planvoorschriften hebben wij ten aanzien van dakopbouwen alsnog een maximale hoogte genoemd. Wij vinden het planologisch niet relevant om nog verdere beperkingen te stellen ten aanzien van eventueel te realiseren dakopbouwen. Onze ervaringen met dakopbouwen in Alkmaar geven hier ook geen aanleiding toe. Overigens zal bij de plaatsing van de dakopbouwen wel de gebruikelijke welstandstoetsing plaatsvinden.

Er wordt bezwaar gemaakt tegen het niet op voorhand verbieden van lichtreclames op de daken.

Wij vinden het uit planologisch oogpunt niet noodzakelijk tot een verbod op het plaatsen van lichtreclames te komen. Voor zover er behoefte bestaat aan plaatsing van lichtreclames, vindt binnen de gemeente Alkmaar een toetsing door de welstand plaats.

Door de vrijstellingsmogelijkheid van 10% en de mogelijkheid van dakopbouwen, zijn de maximale bouwhoogten veel hoger dan in het plan voorzien.

Hoewel een vrijstellingsmogelijkheid van 10 % gebruikelijk is in planvoorschriften, zo ook bij bijvoorbeeld het door de Kroon goedgekeurde bestemmingsplan Wognumsebuurt, zijn wij bereid deze regeling voor wat betreft de bouwhoogte uit het plan te halen.

Door de voorgestelde maximale bouwhoogten ten zuiden van de Kruseman van Eltenweg, zullen grote delen van de wijk vooral 's winters niet of nauwelijks nog zon krijgen. Laagbouw zou geen bezwaar opleveren.

De hoogte van de kantoorblokken in de zuidoostelijke hoek van het plangebied staan in geen verhouding tot de hoogte van de Bergerhof. De omwonenden zullen hiervan grote visuele hinder ondervinden. De maximale bouwhoogten in dit deel van het plangebied zouden met tenminste één bouwlaag verminderd moeten worden.

Op verzoek van de Wijkvereniging zijn door ons schaduwdiagrammen opgesteld en toegelicht, uitgaande van bebouwing in de meest maximale variant. Uit deze diagrammen blijkt dat maar in beperkte mate (te weten in de wintermaanden en dan nog slechts tengevolge van de bebouwing aan de zuidzijde van de Kruseman van Eltenweg) sprake is van slagschaduw. Uit de diagrammen kan worden afgeleid dat deze mogelijke schaduwwerking niet veel minder is indien de bebouwing een verdieping lager zou zijn.

In de wintermaanden is het aantal uren zon overigens beperkt. Voorts ondervindt maar een deel van de woonwijk mogelijke slagschaduw. Tenslotte is van belang dat de woonbebouwing van de Bergerhof dwars op de te realiseren kantoorbebouwing staat. Zo al schaduw plaatsvindt, wordt hiervan in de woning zelf dus geen last van ondervonden. Gelet hierop zien wij geen aanleiding tot aanpassingen in het plan te komen.

Er worden grote parkeerproblemen voor de woonbuurt voorzien. Er bestaan ernstige bezwaren tegen de parkeernormen voor het zuidoostelijk deel van het plangebied waar het gerechtsgebouw zou moeten komen. Deze normen getuigen niet van een realistische visie.

Met betrekking tot de parkeernormen verwijzen wij naar de aangepaste paragraaf 3.1 van de plantoelichting.

De verkeersprognoses in het ontwerp-bestemmingsplan zijn gebaseerd op verouderde gegevens en kunnen daarom niet al reële basis dienen voor het plan. Nieuwe metingen zijn op z'n plaats. Er wordt gepleit voor een voorrangsmaatregel voor de wijkuitvalswegen. Voor het hele plangebied dient de oude parkeernorm toegepast te worden om de parkeeroverlast voor de Bergerhof zoveel mogelijk te beperken.

De verkeersprognoses zijn niet gebaseerd op verouderde gegevens. Aangezien geen ontheffingen op basis van de Wet Geluidhinder zullen worden verzocht, is niet opnieuw een prognose voor 1993 gemaakt; deze zou overigens nauwelijks verschillen ten opzichte van 1992.

Verzocht wordt de norm voor fietsen te wijzigen in drie overdekte parkeerplaatsen per 100 m2 bvo, en wel voor het gehele plangebied.

Verwezen wordt naar paragraaf 3.1.

Voor de leefbaarheid van de Bergerhof is het essentieel dat de stadskwekerij als groene long blijft bestaan. Om deze reden dient de stadskwekerij in het plan opgenomen te worden.

Verwezen wordt naar ons commentaar ad. 15.

Op de plankaart is de groenstrook tussen de Kruseman van Eltenweg en het van Gend en Loos terrein opgeheven. Deze groenstrook zou gehandhaafd en verbreed moeten worden. Indien vlak daarachter parkeerplaatsen worden aangelegd, staan de kantoren iets verder van de woonbuurt. De groenstrook aan de Ranonkelstraat zou met ca. 5 meter verbreed moeten worden.

Het is op dit moment niet duidelijk of (delen van) deze groenstrook gehandhaafd kan worden; één en ander is mede afhankelijk van de eventueel te realiseren bebouwing. In een nieuw profiel is wel al uitgegaan van handhaving van beide bomenrijen langs de Kruseman van Eltenweg. Tevens is uitgegaan van handhaving van de huidige groenstrook aan de Ranonkelstraat. Deze is reeds 25 meter breed. Verbreding wordt door ons niet noodzakelijk en, in verband met de vermindering van het aantal m2 uitgeefbare grond, ook niet wenselijk geacht.

Er wordt voor gepleit beide rijen bomen langs de Kruseman van Eltenweg te behouden. Mochten er bomen doodgaan, dan worden er nieuwe geëist. De nieuwe riolering kan onder de Kruseman van Eltenweg gelegd worden.

Er wordt verwezen naar ons commentaar ad. 15.

Er wordt gevreesd voor grondwateroverlast in de souterrains en kruipruimten van de Bergerhof tengevolge van de voorgestelde kantoorbebouwing. De gemeenteraad dient toe te zeggen dat er een drainagesysteem wordt aangelegd. Indien desondanks wateroverlast ontstaat, dan zullen de bewoners van de Bergerhof de gemeente aansprakelijk stellen voor de financiële gevolgen daarvan.

In het kader van de rioolsanering zal drainage worden aangelegd. De te realiseren kantoorbebouwing zal naar onze verwachting geen invloed hebben op de grondwaterstand.

17. Overleg Stadsvernieuwing Alkmaar

In artikel 4, lid 7 is verzuimd een maximale hoogte voor dakopbouwen te noemen. Hiertegen wordt bezwaar gemaakt. De term 'ondergeschikt' is vatbaar voor meerdere interpretaties. De dakopbouwen op de kantoren aan de zuidzijde van de Kruseman van Eltenweg dienen geplaatst te worden aan de zuidkant van de gebouwen, zover mogelijk van de voorgevel af. Hetzelfde geldt voor de dakopbouwen van de andere kantoren in het plangebied ten opzichte van de Bergerhof.

De maximale bouwhoogte van 14 meter ten zuiden van de Kruseman van Eltenweg zal in de praktijk leiden tot gebouwen met een hoogte van 19 meter of meer, terwijl een bouwhoogte van 11 meter ten zuiden van de Kruseman van Eltenweg kan leiden tot gebouwen met een hoogte van 16 meter of meer. Dit is te hoog. Bij de voorgestelde maximale bouwhoogten van 11 en 14 meter krijgen grote delen van de Bergerhof 's winters niet of nauwelijks zon.

Er wordt verwezen naar ons commentaar ad 15 en 16.

Bij het wegvallen van de gratis parkeergelegenheid aan de Kruseman van Eltenweg en het beperkte aantal parkeerplaatsen voor kantoren op eigen terrein, zullen werknemers en bezoekers van de kantoren trachten hun voertuigen te parkeren in de Bergerhof. Voor de Bergerhof dient een systeem van belanghebbenden-parkeren te worden ingevoerd.

Wij zijn van mening dat wij met het voorgestelde 'ingroeimodel' met betrekking tot het parkeren en eventueel aanvullend een systeem van belanghebbenden-parkeren in de Bergerhof, tot een zorgvuldige afweging van parkeerbehoefte enerzijds en het voorgestaan lokatiebeleid anderzijds hebben kunnen komen.

18. Provinciaal Planologische Commissie van Noord-Holland

De commissie kan in het algemeen instemmen met het in het bestemmingsplan verwoorde lokatiebeleid. Binnen de bestemming 'GB II' zijn ook opslag-en groothandelsbedrijven toegelaten. Dergelijke bedrijven behoren op grond van het lokatiebeleid niet op een A- of B-lokatie thuis.

De vestiging van opslag- en groothandelsbedrijven binnen de bestemming GB II is alsnog uitgesloten.

Ten aanzien van de parkeernormen wordt opgemerkt dat deze hun basis vinden in het ontwerp van het Regionaal Verkeers- en Vervoerplan waarmee Gedeputeerde Staten op hoofdlijnen hebben ingestemd. Zowel met de eindnormen als met de hantering van een ingroeimodel kan de commissie instemmen. Het grote verschil tussen begin- en eindsituatie kan van invloed zijn op het daadwerkelijk realiseren van de eindnorm, alsmede op de termijn waarop een en ander zijn beslag kan krijgen. Zelfs kan de vraag gesteld worden of op deze manier de eindnormen ooit zullen worden gehaald.

Een lagere startnorm wordt niet verantwoord geacht. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

Per 1 januari 1994 is de norm, ingevolge het RWP, reeds gereduceerd van 2 ppl/100 m2 bvo tot 1,2 ppl/100 m2 bvo. Er moet worden gerealiseerd dat Alkmaar, voor wat betreft de bediening met het openbaar vervoer, niet vergeleken kan worden met A-lokaties in de randstad. Mede door het ontbreken van voldoende financiële middelen kan het gebruik van het openbaar vervoer op dit moment niet zodanig gestimuleerd worden dat een verdere reductie van de parkeernorm op dit moment al gerechtvaardigd is. Bij dit alles speelt tenslotte nog dat de parkeerdruk in en om het plangebied nu reeds hoog genoemd kan worden.

19. De heer K Beentjes. Akkerhoornbloemstraat 16

Met het plan wil de gemeente vooral iets doen voor de werkgelegenheid. Het plan Wognumsebuurt heeft geleerd dat nieuwe werkgelegenheid niet het vanzelfsprekende gevolg is van nieuwe kantoren. Het grootste deel betrof verplaatsing van reeds in Alkmaar bestaand werk. Ook dit plan geeft tekenen van vooral verplaatsing, hoewel er nog altijd voordelen zijn (nieuwe inbreiplekken, minder verkeer etc..).

Het is ongetwijfeld zo dat voor een niet onaanzienlijk deel sprake kan zijn van verplaatsing van werkgelegenheid. Onze ervaringen wijzen evenwel uit dat de verplaatsingen meestal tevens vergroting van werkgelegenheid inhouden. Dit zal bijvoorbeeld ook het geval zijn bij verplaatsing van de rechtbank. Daarnaast zijn onze ervaringen dat de door verplaatsing vrijkomende lokaties meestal weer door economische functies bezet worden (kantoren en bedrijven, maar ook winkels en voorzieningen). Uit economisch oogpunt wordt aan de ontwikkeling van een kantorenfunctie dan ook veel belang geacht.

Naast de (te verplaatsen) werkgelegenheid kan ook worden bestudeerd of het plan een grotere bijdrage kan leveren aan de twee andere aandachtsgebieden, te weten "Binnenstad en verkeer" en 'het wonen". Bij "het wonen" kan gedacht worden aan het bouwen van huizen parallel aan de Bergerhof.

Bij 'Binnenstad en verkeer' zijn er twee mogelijkheden, te weten het inzetten van het oude pand van Van Gend & Loos als Vervoerscentrale voor bevoorrading van winkels en kantoren in de binnenstad en het op grote schaal uitbreiden van parkeermogelijkheden in dit gebied. Dit heeft diverse voordelen (bij afsluiting van de binnenstad kan daar geparkeerd worden, het openbaar vervoer wordt aantrekkelijker. geen parkeerproblemen voor de Bergerhof en de noodzaak voor een parkeergarage aan de Kennemersingel komt te vervallen). Een belangrijke voorwaarde is dat de parkeergarage gratis wordt. Mogelijke realisatieplek voor de nieuwe parkeergarage is bij de Bellotunnel of dichter bij de afslag van de Helderseweg, en wellicht boven het bestaande railscomplex van de spoorwegen.

Reeds in de nota van uitgangspunten voor dit bestemmingsplan is om economische redenen en om redenen van beperking van de automobiliteit de voorkeur gegeven aan de ontwikkeling van intensieve kantoorfuncties in dit plangebied in plaats van andere functies. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat in het kader van de opstelling van de nota van uitgangspunten gebleken is dat de eventuele realisatie van nieuwe woonbebouwing nagenoeg niet mogelijk is vanwege de beperkingen die in de Wet Geluidhinder gesteld zijn ten opzichte van de realisatie van woonbebouwing langs wegen en spoorwegen. Voorts zijn wij van mening dat het plangebied geen goede locatie is voor een parkeergarage voor de binnenstad. In verband met de spreiding van parkeergarages rond de binnenstad, gaat onze voorkeur uit naar de realisatie van een nieuwe parkeergarage aan de zuidzijde van de binnenstad. Een parkeergarage voor de binnenstad in dit plangebied is voor ons niet aan de orde.

20. J.P.M. Adrichem. Helderseweg 18

Schrijver is eigenaar van gelijknamig autobedrijf. Een uitnodiging voor de inspraakgelegenheid heeft hij niet ontvangen.

Wij betreuren het dat de uitnodiging voor de inspraakgelegenheid, welke overigens wel degelijk verzonden is, niet ontvangen is. De inspraakgelegenheid is overigens door ons ook nog uitvoerig in de pers aangekondigd. Wij hebben geconstateerd dat de heer Adrichem de inspraakgelegenheid toch heeft kunnen bezoeken.

Er wordt bezwaar gemaakt tegen het projekteren van kantoorbebouwing ter plaatse van zijn garage.

Naar aanleiding van de gemaakte opmerking, hebben wij het bedrijf op deze lokatie alsnog als zodanig bestemd. In verband met de door ons wenselijk geachte invulling van deze lokatie op langere termijn, hebben wij daarnaast de mogelijkheid tot wijziging naar de bestemming kantoren in de voorschriften van het bestemmingsplan opgenomen.