Plan:
Bergermeer
Plannummer:
013
Status:
onherroepelijk
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
11 Rioolwaterzuiveringsinstallatie

Ten zuiden van de door het midden van het plan lopende verbindingsweg van de randweg naar de Huiswaard via de brug over het Noordhollands Kanaal nabij de NACO-garage is het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie gelegen. De huidige terreinvorm zal enige verandering moeten ondergaan om dit terrein in het plan in te passen. De aanwezige installaties behoeven daarvoor niet te worden verplaatst. Aan de oostzijde zal een terreingedeelte ter grootte van ± 900 m2 nodig zijn voor de aanleg van de zuidelijke aansluiting van het halfklaverblad op de Helderseweg. Uit het overleg met het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen Kennemerland en Westfriesland is gebleken dat op uitbreiding van de installatie moet worden gerekend en dat aansluitend aan het bestaande terrein met een uit-

breiding van de slibdroogvelden rekening moet worden gehouden. De op het huidige terrein aanwezige slibdroogvelden zullen volgens genoemd Hoogheemraadschap plaats moeten maken voor uitbreiding van de installaties. Voor deze vervangende slibdroogvelden is een afzonderlijk terrein gelegen ten noorden van de Viaanse Molen bestemd.

De bouwhoogte voor deze bestemming is aangepast aan de hier noodzakelijke hoogten der installaties.

Via een persleiding kan het slib uit de installaties naar de droogvelden worden gepompt.

De afvoer van gedroogd slib kan per as geschieden via het aansluitende wegennet. Op het terrein voor de slibdroogvelden is slechts geringe bebouwing te verwachten. Naast een portaalkraan voor het ruimen is slechts een gereedschapsberging en een onderkomen voor het personeel noodzakelijk. Omdat de aanleg van deze slibdroogvelden niet op korte termijn te verwachten is en de mogelijkheid niet is uitgesloten dat door wijziging van de zuiveringstechnieken dit terrein niet meer voor de aanleg van slibdroogvelden nodig is, zal dit terrein voorlopig voor de aanleg van sportvelden gebruikt kunnen worden. ingevolge artikel 49 van de Woningwet zal in de bouwvergunning voor het bouwen van gebouwen die slechts ingevolge deze voorlopige bestemming toelaatbaar zijn een termijn worden gesteld na het verstrijken waarvan het gebouwde niet langer in stand mag worden gehouden. Deze termijn wordt uiteraard vastgesteld overeenkomstig hetgeen bij het bestemmingsplan omtrent de duur van de voorlopige bestemming is bepaald. Een dichte beplanting om de rioolwaterzuiveringsinstallatie en om de slibdroogvelden zal de omgeving tegen overlast van insecten moeten behoeden. In verband daarmede is de mogelijkheid geopend de aanleg van een dergelijke beplanting te eisen.