Bloemstraat

Waar bent u naar op zoek?

Bloemstraat

Opgravingenoverzicht   -    Achtergrond   -    Alkmaar in 1561   1597   1649   1777   1865

Na de enorme brand die een groot deel van het gebied gelegen tussen de Laat, Oudegracht en de Bloemstraat in de as legde werd, in de jaren 1998 en 1999, een grootschalig onderzoek gedaan naar de bewoningsgeschiedenis van dit terrein. Bij het onderzoek kregen we de volledige medewerking van de eigenaren van het terrein de heren Kossen en Smit, terwijl het grondverzet werd uitgevoerd door C.A de Groot & Zn b.v.
Het gebied ligt in het stadsdeel ten oosten van de lijn Hekelstraat, Kapelsteeg, Groot-Nieuwland en Klein-Nieuwland, een lijn waarvan wordt vermoed dat het een oude dijkloop betreft. Tot voor kort werd aangenomen dat rond 1400, ten oosten van deze lijn, het Voormeer zich bevond. De eerste campagne in 1998 betrof het gebied aan de Laat-zijde lopende tot halverwege de Bloemstraat. De tweede in 1999 betrof het gebied aan de Oudegracht zijde.
In de ondergrond op het zand werden op diverse plekken restanten aangetroffen van een dik pakket (hoog) veen dat men in vroegere tijd (14de eeuw) heeft gestoken. Het betrof hier veen wat is ontstaan door een snelgroeiend rietsoort, meestal in stilstaand of langzaam stromend water. De oorzaak van het dichtgroeien van het Voormeer moet worden gezocht in een verandering van de waterhuishouding. Het is zeer goed mogelijk dat o.a. de aanleg van de Dijk rond het midden van de 13de eeuw in de Rekere debet was aan het dicht groeien van het Voormeer. In de 14de eeuw werd het gebied dan ook bij de stad getrokken. Om het enigszins begaanbaar te maken was men gedwongen de drassige ondergrond (lees veen) weg te steken. Al snel na het droog maken van het gebied, rond het einde van de 14e eeuw, werd er aan de Laat-zijde een boerderij met schuur gebouwd, waarvan de fundamenten werden gevonden. Het betreft hier een boerderij waarvan het woongedeelte aanzienlijk hoger lag dan het achtergelegen stalgedeelte . Het hoogteverschil betrof ruim een halve meter. Het geheel was gebouwd op een soort klei terp met poeren gemaakt van horizontaal liggende planken als fundatie voor het houten huis. Het woonvertrek lag aan de Laat-zijde met aan de zuidkant het stalgedeelte. De stal was voorzien van een goot waardoor overtollige mest e.d. naar het achterterrein werd afgevoerd. Ten zuidoosten van de boerderij werd nog een schuur gevonden die mogelijk bij de boerderij hoorde.
Rond 1500 moest de boerderij wijken voor de nodige nieuwbouw waarvan we vele funderingen hebben gevonden en opgetekend. De bijbehorende beer- en waterputten almede de kelders leverden een schat aan informatie op over het gebruik van deze woningen c.q werkplaatsen en de mensen die daar woonden en werkten.
In 1999 werd met de tweede campagne begonnen. Dit terrein was gelegen aan de Oudegracht/ hoek Bloemstraat tot aan de ingang van het huidige veilinggebouw.
Hoewel de bodemopbouw van dit deel ook uit de 14de eeuw stamde, werden er geen bewoningssporen uit die tijd gevonden. Aan de Bloemstraat zijde kon nog net de zijkant van een vermoedelijke grachtkant worden vastgesteld die kon worden gedateerd rond 1400.
Net als in de campagne van 1998 konden ook hier funderingen worden vastgelegd van panden uit de 16de en later. Het ontbreken van beerputten op deze plek is waarschijnlijk te wijten aan de kleinschalige bebouwing en/of armere bewoning, die door ruimte gebrek, gebruik maakte van het tonnenstelsel om hun afval kwijt te raken.
Aan de Oudegracht werden de funderingen aangetroffen van een groot pand, met een afmeting van zo’n 8 bij 15 meter. Inpandig werd een proviandkelder aangetroffen die voor een deel was afgewerkt met polychrome vogeltegels. Achter het huis werden nog enkele bijgebouwen (stallen en /of koetshuis) en de fundatie van een travaille aangetroffen. Het complex was geheel afgesloten middels een anderhalve steens dikke ommuring! Het geheel, zeker als men ook de inhoud van de gevonden beerput in ogenschouw neemt, maakte een zeer rijke indruk. In deze beerput is naast o.a. rood- en witbakkend aardewerk, majolica en vroege pijpen een groot aantal complete glazen aangetroffen uit de tweede en derde kwart van de 17de eeuw. Opvallendste vondst binnen deze glasverzameling is de 25 cm hoge roemer uit de vroege 17de eeuw, waarvan de kelk geheel is gegraveerd met heraldische wapens van de Oranje familie en een tekstband onder de rand.
Historisch onderzoek zal moeten uitwijzen wie de gebruiker was van dit gebouw met daarbij horende huisraad.

Laatste wijziging: 26 februari 2010