Bloemstraat 32 (2006)

Waar bent u naar op zoek?

Cultuur en Historie > Opgravingenkaart > Bloemstraat 32 (2006)

Bloemstraat 32 (2006)

Van 30 maart tot en met 6 april 2006 werd in de Bloemstraat een opgraving gedaan. Aanleiding tot deze opgraving was de sloop van drie bouwvallige opstallen ten behoeve van nieuwbouw..

Bouwhistorie
Voor de sloop zijn de opstallen nog summier bouwhistorisch verkend waarbij werd vastgesteld dat het pand Bloemstraat 32, op dat moment in gebruik als garage c.q. werkplaats, nog gedeeltelijk bestond uit vermoedelijk vroeg 18de eeuwse muurwerken. Balken en kap waren van latere datum.
Tijdens de sloop werden de muren van de panden ontdaan van al hun betimmeringen en bleek dat er geen andere bouwsporen te zien waren, zoals (dichtgezette) muurstijlen, vensters of haardplaatsen, Haardplaatmaar slechts opgaand metselwerk. De achtergevel bleek begin 20ste eeuw vervangen te zijn en stond op een zeer roestige ijzeren balk. De panden Bloemstraat 28/30 en 32 bestonden voornamelijk uit 19de of 20ste eeuwse opstallen.

Bloemstraat 32
Het betrof hier het meest zuidelijke en van de drie ook grootste pand. De opgraving begon achter op het perceel om eventuele beerputten meteen op te sporen. Een beerput werd niet aangetroffen, maar wel de beschoeiing van een sloot met een noordzuid oriëntatie. Al bij eerdere opgravingen nabij zijn ooit sloten aangetroffen, maar toen werd verondersteld dat deze de Bloemstraat zou kruisen.
Het lijkt erop dat de sloot parallel met het Groot Nieuwland richting het zuiden liep en mogelijk ook achter het Klein Nieuwland doorliep. De sloot had in de beginfase een breedte van ruim 6.50 meter dat overeenkomt met de sloot gevonden in 2000.  Aan de oostzijde werd maar één beschoeiing aangetroffen. Middels vondstmateriaal kon de begintijd van de sloot worden vastgesteld rond het midden van de 14de eeuw, met een looptijd tot ergens het midden van de 16de eeuw. Aan de westzijde was de sloot in de periode 1450-1500 versmald door een tweede beschoeiing in het water te plaatsen.
Het mag opvallend worden genoemd dat de vulling van de sloot bestond uit een bijna 1 meter dik homogeen pakket menselijke uitwerpselen. De sloot moet in de 15de maar vooral 16de eeuw, toen de sloot geleidelijk in onbruik raakte, een flinke stankoverlast hebben veroorzaakt. Opvallend is het vele Noord-Hollands slibwerk dat in de sloot werd aangetroffen. Blijkbaar komt deze versieringsvorm dus in Alkmaar al vóór 1560 voor.

In het zandpakket waarmee uiteindelijk de sloot is afgedekt werd precies in het midden van de sloot en met ook weer een noordzuid oriëntatie, een gemetselde goot aangetroffen met diverse vertakkingen. Blijkbaar was het noodzakelijk om na het dichten van de sloot een centraal afwateringsysteem te creëren.
Van Bloemstraat 32 werden funderingen gevonden van een huis met een diepte van 12.5 meter en een breedte van 5 meter. Bovendien was er nog een achterhuis aangebouwd met de afmetingen 3.5 x 3.5 meter. In het achterhuis werd nog restanten van een aspot aangetroffen die bij een haard heeft behoord.
Pal tegen de fundering van het achterhuis werd vondstmateriaal gevonden behorend bij een huishouden: veel borden, kannen en een vroeg pijpje uit ongeveer 1610 en een slibaardewerk bord met het jaartal 1605.

Aan de straatzijde van het huis werd op een diepte van ongeveer 35 cm onder het maaiveld een nog intacte leemvloer aangetroffen die nog correspondeerde met opgaand muurwerk aan de zuidzijde.
In het achterdeel kwam een uitzonderlijk grote kelder tevoorschijn. De kelder met een maatvoering van 5.50 x 3.50 meter en een diepte van ongeveer 1.50 meter diep, was opgebouwd met rode harde baksteentjes.
Aan de hand van historische en archeologische gegevens kan worden gesteld dat het pand zijn woonbestemming verloor in de periode rond het midden van de 17de eeuw en dat toen in het achterste deel van het voorhuis een grote (industriële?) kelder werd gebouwd. In de periode rond 1725 vond er weer een verbouwing plaats waarbij de bak werd ingedeeld in een waterbak en een werkbak. Bij deze actie werd de gehele opbouw vervangen.
Opvallend is dat de eigenaren vanaf de verbouwing van de kelder tot ongeveer 1787 bemoeienis hadden met brouwerijen. Het lijkt aannemelijk dat de kelder en het pand werden gebruikt in het brouwproces of in ieder geval in een voortraject daarvan.

 

De kelder was dichtgegooid in de periode 1775-1825 en in de grond bevonden zich vele versleten doch complete schoenen. Al eerder tijdens de opgraving werd er op het achterterrein een mand aangetroffen met daarin een 30-40 tal schoenen maar dan van iets latere datum.

.Complete schoen

Bloemstraat 28-30
Het betreft hier het middelste perceel van de drie. Aan de achterzijde bleek nog de helft van een woonhuisje in de grond te zitten. Opvallend waren de diverse ingehakte half ronde gaten aan de buitenzijde van de fundering. Vooralsnog kan er geen verklaring voor deze gaten worden gegeven.
Een ander vreemd verschijnsel was de vondst van een diagonaal lopende fundering behorende bij een tussenmuur. De achtergevel liep vrij aardig met de schuinte van de Bloemstraat mee en de steensoort, maat en uitstraling waren hetzelfde. Toch correspondeerde de schuinte van de tussenmuur geheel niet met die van de achtergevel en met de huidige gevellijn. Had de westkant van de Bloemstraat ooit een heel andere loop?
Het oude vloerniveau bleek zich 45cm onder het huidige straatniveau te bevinden en bestond in eerste instantie geheel uit een lemen vloer en werd later opgehoogd met een 10cm dik zandpakket en vervolgens met plavuizen belegd. Gezien de vele brandsporen en sintels in de vloer is een mogelijke brand niet uitgesloten! Een aanwijzing voor deze brand zien we terug in een acte uit 1778 waarin wordt gemeld dat het pand is uitgebrand en afgeschreven.
Achter de zuidwestelijke hoek van het pand werd een late 16de of vroege 17de eeuwse waterput aangetroffen die met twee houten tonnen diep in de ondergrond was ingegraven. De opvolger van de waterput bleek midden in het huisje te zijn gegraven en dateert vermoedelijk uit de 19de eeuw
.
Bloemstraat 26.
Van dit huisje bleken de funderingen grotendeels vergraven te zijn. Er bevonden zich enkel wat moderne kelders en smeerputten van een garage. De fundering van de voorgevel werd nog tijdens de afgraving t.b.v. de bouwput gesignaleerd.

Een profiel van noord naar zuid.
In tegenstelling wat meestal word gedaan, een profiel haaks op de straat, werd er ditmaal gekozen voor een profiel parallel met de straat. Dit werd gedaan om een vermeende aftakking van de sloot gevonden in 2000 op te sporen. Hierbij kwamen de woonniveaus van de gevonden huisjes goed in beeld. In het profiel is goed te zien dat tussen de funderingen een 20 cm dik klei pakket is aangebracht als grondverbetering.
In het profiel bleek overduidelijk dat de gevonden huisjes de enige en vroegste ter plekke waren.
Vlak op het zand werden zogenaamde zinkstukken aangetroffen bestaande uit een mat van  gevlochten takken of een dik pakket riet. Het riet werd kruislings op elkaar  gestapeld, verzwaard met kluiten klei aan de zijkanten, waarna het middendeel werd opgevuld met de net genoemde slappe rietveen grond. Het lijkt er sterk op dat er in het natte nieuw land is aangewonnen!
De zandondergrond was in het profiel messcherp afgetekend en het meest opvallende was dat  richting het zuiden de zandondergrond afliep. Over een afstand van ongeveer 15 meter duikt het zand licht met ongeveer 10cm, om aan het eind van het profiel over een afstand van 4 meter zelfs een 20 cm duiking te maken! 

Samenvatting
Samengevat kan worden gesteld dat het gebied waarschijnlijk ergens in de tweede helft van de 14de of vroege 15de eeuw werd ontwikkeld. Er zijn sterke aanwijzingen dat het gebied werd gewonnen uit water en dat middels een dam vanaf het Groot Nieuwland een laagte in de zandondergrond werd ontweken. De gevonden sloot moet al direct tijdens de uitleg van het gebied zijn uitgespaard en loopt vanaf de Laat richting het zuiden parallel met het Groot Nieuwland. De sloot zal bij het graven van de Oudegracht rond 1536 zijn doorsneden waarna de sloot als open riool nog enige tijd heeft bestaan. Op de kaart van Deventer rond 1560 is de sloot in ieder geval niet meer afgebeeld! Al bij eerdere opgravingen werd duidelijk dat er aan de Laatzijde maar ook aan het Groot Nieuwland al vanaf de 14de eeuw bewoning was. De opgegraven huizen aan de Bloemstraat lijken pas rond 1575 te zijn neergezet wat impliceert dat we nog niet in de bebouwde zone zaten zoals op de kaart van Deventer is te zien.

Laatste wijziging: 28 februari 2011