Conclusies Evaluatie Minimabeleid

Waar bent u naar op zoek?

Home > Bestuur > Conclusies Evaluatie Minimabeleid

Conclusies Evaluatie Minimabeleid

De conclusies uit het rapport betreffen de doeltreffendheid, de doelmatigheid, de rechtmatigheid van het beleid en de rol van de gemeenteraad.

1. Doeltreffendheid

Bereik per voorziening

  • In 2012 maakt een kwart van de huishoudens die tot de groep van minima behoren, gebruik van de individuele bijzondere bijstand.
  • Bijna de helft van de rechthebbenden (minima die recht hebben op deze voorziening), maakt gebruik van de langdurigheidstoeslag.
  • De helft van de minima maakt gebruik van de collectieve ziektekostenverzekering.
  • 87% van de minima beschikt over de AlkmaarPas;  65% van de minima die deze pas hebben, heeft de pas het afgelopen jaar gebruikt; dat is 57% van alle minima.
  • Circa 16% van de minima maakt gebruik van korting op het sportpaspoort.
  • Bijna een derde van de huishoudens met kinderen van 4 t/m 17 jaar maakt gebruik van de korting voor kinderen op het lidmaatschap van een vereniging.
  • Ruim een derde van de rechthebbende minima, maakt gebruik van de regeling maatschappelijke participatiekosten.
  • 15% van de huishoudens met kinderen tot 17 jaar maakt gebruik van de kinderopvangtoeslag. 
  • Wanneer iemand tijdens een re-integratietraject kosten maakt voor bijvoorbeeld kinderopvang of reiskosten, dan wordt dit in veel gevallen vergoed door de gemeente. Onder alle doelgroepen wordt weinig gebruik gemaakt van deze onkostenvergoeding.
  • Onder alle doelgroepen zien we een laag gebruik van de regeling ‘Vergoeding vanuit de bijzondere bijstand om sociaal actief te blijven’. 
  • Ruim een kwart van de huishoudens waarin iemand een chronische ziekte of beperking heeft, maakt gebruik van de Wmo-inkomensondersteunende tegemoetkomingen. 
  • Een kwart van de huishoudens uit de doelgroep maakt gebruik van de regeling ‘Meedoen met een beperking’. 
  • Van alle minima die aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen, maakt circa 61% gebruik van de regeling.
  • Kinderen tot 18 jaar kunnen aanspraak maken op een extra bijdrage voor sport- en cultuurdeelname vanuit het Jeugdsport- en cultuurfonds. Sinds de start van het fonds in april 2010 is voor 98 kinderen een beroep gedaan op het fonds.

 

Zeven acties: bereik onder minima

Om de outputdoelstelling te bereiken heeft de gemeente verschillende acties ondernomen (Beleidskader Minimabeleid): heldere informatievoorziening op papier en digitaal (o.a. door de folder ‘Alkmaar Komt Je Tegemoet!’), de inzet van formulierenbrigades, het verbeteren en uitbreiden van een aanschrijfbestand, het verkorten en versimpelen van aanvraagprocedures, actieve rol klantmanagers, een gebiedsgerichte aanpak en het inzetten van intermediairs. Deze acties zijn uitgevoerd of in uitvoering. Strikt genomen maakt meer dan de ten doel gestelde 55% van de minima gebruik van minimaal een voorziening waarvoor zij in aanmerking komen. Tegelijkertijd blijft bij veel individuele voorzieningen het gebruik (ver) achter bij die 55%. Voor een aantal voorzieningen is het bereik tussen 2009 en 2011 in absolute zin gestegen, bij sommige voorzieningen fors. Het is aannemelijk dat daarmee ook het relatieve bereik van deze voorzieningen is toegenomen. Door het ontbreken van cijfers over de omvang van de doelgroep is echter niet eenduidig vast te stellen met hoeveel het relatieve bereik is toegenomen. Voor 2012 ontbreekt ook inzicht in de omvang van de doelgroep.

Redenen niet-bereik

Uit de telefonische enquête onder minima blijkt dat de belangrijkste reden voor het niet-bereik ligt in onbekendheid met de voorzieningen. Daarnaast geeft bijna de helft van de rechthebbenden aan “toch niet voor de voorziening in aanmerking te komen”, terwijl dat (waarschijnlijk) wel het geval is. In dat opzicht lijken de zeven acties om het bereik te verhogen onvoldoende succesvol geweest. De geïnterviewde ambtenaren geven bijvoorbeeld aan dat minima minder sociale contacten hebben en minder lezen, waardoor de informatie niet tot hen komt. Maatschappelijke organisaties wijzen op onvoldoende informatievoorziening en de complexiteit van de aanvraag.

Maatschappelijke participatie

De outcomedoelstelling  van het minimabeleid is een grotere maatschappelijke participatie van de minima. Deze doelstelling is niet specifiek en/of meetbaar geformuleerd. Toch geeft ruim een kwart van de minima aan dat zij door het minimabeleid meer participeren in de samenleving, terwijl 60% aangeeft dat dit niet het geval is.

Doeltreffendheid

De rekenkamercommissie kan slechts in algemene zin uitspraken doen over de doeltreffendheid van het Alkmaars minimabeleid, omdat zowel outcome- als outputdoelstellingen niet eenduidig en meetbaar zijn geformuleerd. Voor zover de uitvoeringspraktijk in beeld is, lijkt die een doeltreffende uitvoering van het beleid te ondersteunen. Er wordt veel samengewerkt tussen beleidsmakers en –uitvoerders en tussen de gemeente en uitvoerende organisaties. Dat die samenwerking op onderdelen beter en intensiever kan, is een aandachtspunt.

2. Doelmatigheid

Zowel de doelrealisatie als de uitvoeringskosten van het minimabeleid zijn beperkt in beeld, gebaseerd op actief aan de gemeenteraad verstrekte informatie. Het is voor de gemeenteraad op basis van programmabegrotingen en -rekeningen niet mogelijk om goed inzicht te krijgen in de uitvoeringskosten. Dergelijk inzicht kan mogelijk wel worden verkregen op basis van de productbegrotingen (deze zijn evenwel in principe niet bestemd voor de gemeenteraad). Mede door het ontbreken van adequaat inzicht in de begrotingscijfers en –posten is het voor de gemeenteraad moeilijk om heldere financiële kaders voor het minimabeleid vast te stellen. De jaarrekeningen laten geen adequaat beeld zien van de aan het minimabeleid toegerekende kosten. Aan de post minimabeleid worden bovendien kosten toegerekend die niet zijn opgenomen of die niet direct samenhangen met het Beleidskader minimabeleid waardoor de begrote bedragen in de jaarstukken en in het beleidskader sterk van elkaar afwijken. Voorts stelt de rekenkamercommissie vast dat de laatste drie jaarrekeningen overschrijdingen op het product minimabeleid laten zien.

3. Rechtmatigheid

Landelijke wet- en regelgeving

De landelijke kaders voor het minimabeleid bepalen de beleidsruimte voor de gemeente Alkmaar. De Wet Werk en Bijstand (Wwb) vormt hierbij het belangrijkste wettelijke kader. De hoogte van de bijstanduitkering wordt hierin periodiek vastgesteld. Gemeenten hebben geen ruimte daarin wijzigingen aan te brengen. De wet kent twee artikelen op basis waarvan gemeenten toeslagen op deze bijstandsuitkering kunnen verstrekken, namelijk bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag. De landelijke kaders bieden gemeenten veel beleidsvrijheid. Er is weinig verplicht; gemeenten kunnen veel eigen keuzes maken.

Minimabeleid in Alkmaar

Het Alkmaarse minimabeleid voldoet aan de landelijke kaders en is veel ruimer opgezet dan de minimumeisen die in de landelijke kaders zijn vastgesteld . Het minimabeleid is onderdeel van het programma Werk, Participatie en Inkomen dat is gericht op versterking van maatschappelijke participatie. Doelstelling van het minimabeleid is gelaagd: verhoging van maatschappelijke participatie (outcome) en verhoging van het bereik van de geboden voorzieningen onder de minima (output). De doelstelling betreffende verhoging van maatschappelijke participatie is niet verder gespecificeerd en meetbaar gemaakt. De doelstelling over het bereik wel. De outputdoelstelling varieert echter tussen de verschillende beleidsstukken en is niet eenduidig geformuleerd.

Rechtmatigheid

De rekenkamercommissie constateert dat het Alkmaars minimabeleid op veel punten voldoet aan de landelijke eisen. Zo zijn de inkomensgrenzen door de gemeente Alkmaar gedefinieerd binnen de grenzen die de Wwb stelt. De Verordening langdurigheidstoeslag , de Verordening participatie schoolgaande kinderen en het kwijtscheldingsbeleid voldoen aan de wettelijke eisen. De rekenkamercommissie komt tot de conclusie dat het Alkmaars minimabeleid op enkele punten echter onrechtmatig is: de eindejaarsuitkering voor minima in 2009, het onvoldoende toetsen van het recht op individuele bijzondere bijstand, het onvoldoende in aanmerking nemen van voorliggende voorzieningen bij een aanvraag voor bijzondere bijstand voor medische kosten, en de AlkmaarPas die ook andere dan sociaal-culturele en sportieve activiteiten ondersteunt.

4. Rol van de gemeenteraad

Weliswaar is het Beleidskader op één punt geamendeerd, toch is de raad in zowel haar kaderstellende als in haar controlerende rol voornamelijk volgend aan het college. De raad heeft de gebrekkige doelformulering en de niet-eenduidige formulering van de kritische prestatie-indicator voor het minimabeleid in de programmabegrotingen laten passeren. De financiële kaders worden jaarlijks zonder verzoeken om nadere toelichting door de raad geaccepteerd. Een deel van de raad geeft in het groepsinterview zelf aan tekort te zijn geschoten in de kaderstellende rol.

Alhoewel een meerderheid van de bij het minimabeleid betrokken raadsleden van oordeel is dat de informatie over de uitvoering en resultaten van het minimabeleid vanuit het college onvoldoende is, heeft de raad bij het college niet aangedrongen op meer of betere informatie. De controlerende rol van de raad wordt ernstig bemoeilijkt door het ontbreken van specifieke, meetbare doelstellingen. De in de jaren 2009-2011 steeds terugkerende (beperkte) overschrijding op het minimabeleid is voor de raad geen aanleiding geweest om te vragen om nadere toelichting.


 

Laatste wijziging: 16 december 2016