Doelenstraat Koningsweg

Waar bent u naar op zoek?

Cultuur en Historie > Opgravingenkaart > Doelenstraat Koningsweg

Doelenstraat Koningsweg

Naar aanleiding van de herinrichting van het parkeerterrein tussen de Doelenstraat en de Paardenmarkt is van 14-28 april 2009 een archeologische opgraving uitgevoerd. De kleine opgravinglocatie van 10x10 meter bracht onverwacht een scala van sporen en vondstmateriaal op van de 10de tot en met de 18de eeuw. Opvallend was de vondst van bewoningssporen uit de Bronstijd.
 
Vroege bronstijd
Onder een veenlaag kwamen op ruim een meter diepte ploegsporen tevoorschijn. Dit veen moet zijn gevormd in de loop van de Bronstijd (2000-800 voor Chr.). De ploegsporen zijn dan ook uit de vroege Bronstijd. Ze zijn gemaakt met een zogeheten eergetouw, een primitieve ploeg waarmee de akker werd ingekrast. Door in twee richtingen haaks te ploegen werd de grond omgewoeld. De akker was aangelegd in een gele zandlaag. Opvallend was dat deze ploegsporen waren opgevuld met slappe grijze veenklei. Vermoedelijk was de akker aangelegd kort voordat het gebied door stijgend grondwater te nat werd en overging in een veenmoeras. Eeuwen later werd dit veen afgedekt met duinzand van de strandwal. Zo ontstond een brede zandrug, waarvan de oostelijke begrenzing ongeveer bij de lijn Doelenstraat-Schoutenstraat lag. Op dit duinzand zijn sporen en vondsten aangetroffen van de 10de tot en met de 18de eeuw.
 
Uit de 10de- t/m 13de-eeuw zijn sporen blootgelegd als greppels, kuilen, paalkuilen en waterputten. Door het kleine opgravingvlak kon geen onderlinge relatie tussen deze sporen worden gevonden zoals een huisplattegrond.
Uit de 14de eeuw kwamen funderingen aan het licht van de kapel van het Maria van Nazareth convent (‘t Jonge Hof). Deze kapel was exact in oost-west richting gebouwd, met de koorsluiting aan de oostkant. De koorsluiting was in de vorm van een rechte kopgevel met twee steunberen in 2001 al opgegraven tijdens een verbouwing van Doelenstraat 6. Nu kon het westelijke uiteinde worden opgezocht. Ook deze kopgevel bestond uit een kloostermoppen-fundering met twee steunberen.
Omstreeks het midden van de 15de eeuw werd de kapel vervangen door een grotere die meer naar het zuiden lag nabij de hoek Doelenstraat/Nieuwesloot. De oude kapel werd toen waarschijnlijk keuken of eetzaal, afgeleid uit de vondst van diverse grote afvalkuilen met etensresten en kookgerei, daterend vanaf ongeveer 1450 tot 1550. De inhoud van de kuilen bestond uit opvallend veel as, een oranje substantie met zwarte houtskooltjes. Verder voornamelijk rood aardewerken borden, bakpannen en komforen. In diverse kuilen zijn scherven van wijwaterbakjes van rood en wit aardewerk gevonden. Eén kuil viel op omdat hij was gevuld met resten van verbrand botmateriaal, wat bij normaal keukenafval ongewoon is. Dit kan duiden op een nijverheid.

Lugubere vondst
Een lugubere vondst was de ontdekking van negen menselijke schedels in een afvalkuil. Ze lagen naast en tegen elkaar centraal op de bodem van de kuil, tussen allerlei keukenafval. Er plakten zelfs visschubben tegen de schedels aan. Het betroffen alleen schedels, geen kaak of ander menselijk bot! Inmiddels zijn de schedels onderzocht door Steffen Baetsen van EARTH Integrated Archaeology. Vast staat dat het gaat om zeven vrouwen en waarschijnlijk twee mannen. Bij een van de schedels was sprake van een hoekig gat in het schedeldak. Het slachtoffer was er niet (meteen) aan overleden, want de randen van de opening vertoonden sporen van genezing van het bot. Waarom de schedels   in de kuil zijn beland en op deze wijze zijn neergelegd, is een raadsel.

Raadsels
Na de reformatie werd het klooster geleidelijk opgesplitst voor ander gebruik. Zo werd in 1604 het hoekpand aan de Doelenstraat herberg Het Hof van Holland (opgraving Doelenstraat 2 in februari 2009, zie Nieuwsbrief 29). Daarachter kwamen enkele kamerwoninkjes. Tegen de Koningsweg aan werd een keldertje aangetroffen met een geïntegreerde waterput in de hoek. Opvallend is de oude keldervloer van hout. Later is hier de gebruikelijke plavuizenvloer overheen gelegd. De kelder was rond 1675/1700 gedicht met sloopafval en aardewerk. Hieruit kwamen interessante vondsten naar boven, onder meer een majolica schotel met olifant en een fraai versierde haardsteen, de bekroning van een haardwand. Deze is gedateerd 1589 met in reliëf het wapen van de Spaanse koning Filips II. 

Haardsteen uit 1589 met reliëf van de spaanse koning Filips II Majolica schotel met olifant


Het lijkt niet logisch zo’n politieke steen -met het wapen van de vijand- te plaatsen voor de herberghaard. Misschien komt het uit de privéwoning van een verstokt katholiek? De vondsten zijn nog niet uitgewerkt, de raadsels zijn nog niet opgelost...  

Rob Roedema

 

Laatste wijziging: 28 februari 2011