Oudegracht Tesselschadeschool

Waar bent u naar op zoek?

Cultuur en Historie > Opgravingenkaart > Oudegracht Tesselschadeschool

Oudegracht Tesselschadeschool

Van 23 oktober tot 10  november 2005 werd een opgraving gedaan aansluitend op de sloop van de voormalige Tesselschadeschool. Deze stond vanaf 1897 in het binnenterrein tussen de panden van de Oudegracht, Laat en de Ridderstraat. Op de kaart van Jacob van Deventer uit 1561 is een waterloop te zien, de Vijversloot. Deze liep vanaf de huidige hoek Oudegracht/Ruitersteeg oostwaarts naar waar zich nu de steeg het Vijvertje bevindt. Verondersteld wordt dat de Vijversloot ontstaan is als één van de vroegste vestingwerken van Alkmaar. Omdat het terrein na de sloop van de bouwvallige school enige tijd zal braak liggen werd er ook gezocht naar eventuele beerputten, voordat schatgravers er met de buit vandoor zouden gaan.

Sloot

Aanzet van sloot
Meteen in de eerste werkput op het meest noordelijke deel van het terrein achter de huizen van de Laat werd een 3,5 meter brede sloot aangetroffen. Uit de vulling komt materiaal uit de tweede helft van de 15de eeuw. Na de demping begin 16de eeuw is op deze plek door bewoners van de Laatzijde in de 16de en begin 17de eeuw nog een aantal afvalkuilen gegraven. De houten beschoeiing van de sloot is bemonsterd ten behoeve van dendrochronologisch onderzoek, maar dit laat nog even op zich wachten.
Overal op het terrein werden funderingen gevonden van tuinmuren van diverse baksteensoorten en dateringen. De aangetroffen tuinmuren uit de 17de eeuw hebben waarschijnlijk ooit een groot terrein afgebakend dat heeft behoord bij het pand Oudegracht 182, bekend van de drie trapgeveltjes. Op de kaart van Cornelis Drebbel uit 1597 is te zien dat het pand toentertijd in het bezit was van een forse tuin. Ook enkele afvalkuilen konden worden toegeschreven aan dit pand.

Het vrijleggen van vonsten

Naast veel gebruiksafval uit ongeveer 1630-1650 lagen er ook bakstenen in van precies dezelfde soort als gebruikt in de voorgevel.

Profiel
Een profiel van noord naar zuid moest uitsluitsel geven over de bodemopbouw en natuurlijk de gracht. Er werden geen resten gevonden van een middeleeuwse stadsmuur, maar aan de noordzijde wel erg zware kleilagen waarvan we ons afvragen of die toch van een verdedigingswal afkomstig kunnen zijn. Het is nog de vraag in hoeverre het bovenvermelde slootje hiermee verband hield. De Vijversloot bleek inderdaad een brede gracht, waarvan de beide oevers werden aangetroffen. Opmerkelijk was dat de oever aan de zuidzijde aanmerkelijk lager lag dan de noordzijde. Een horizontale vegetatielaag gaf aan op welke hoogte aan de zuidzijde van de gracht het maaiveld / grasland zich bevond. De gracht is deels gedempt met een grote hoeveelheid klei, gelijkend op de klei zoals eerder beschreven. Het is denkbaar dat deze erin kan zijn beland toen de veronderstelde wal werd geslecht. Als het slootje aan de noordzijde ook bij een walaanleg zou hebben behoord, kan de wal een breedte van circa 7 meter hebben gehad.
De gracht heeft twee fasen gekend, een 14de-eeuwse aanleg van ongeveer 15 meter breed en een latere versmalling tot Vijversloot. Uit de vroegste periode zijn de vondsten summier te noemen. De versmalling kan zijn ontstaan toen in 1536 de Oudegracht als vestinggracht werd gegraven. Overigens werd toen ook de Oudegracht voorzien van een aarden wal in plaats van gemetselde stadsmuren. Het versmalde deel raakte daarna langzaam dicht doordat aangrenzende bewoners hem (illegaal) gebruikten om hun vuil te deponeren. Op de kaart van Van Deventer uit 1561 is de sloot nog steeds helemaal in gebruik aangegeven, terwijl Lourens Pietersz op zijn kaart uit 1573 de sloot laat beginnen ter hoogte van de Ridderstraat. We zouden hieruit kunnen concluderen dat het deel op ons terrein intussen blijkbaar was gedempt, maar de laatstgenoemde kaart is in dergelijke details erg onbetrouwbaar. De Vijversloot is in elk geval geheel gedempt tot aan de Hofstraat op de nauwkeurige kaart van Cornelis Drebbel van 1597.


Rob Roedema

 

Laatste wijziging: 01 maart 2011