Schelphoek ( vooronderzoek)

Waar bent u naar op zoek?

Cultuur en Historie > Opgravingenkaart > Schelphoek ( vooronderzoek)

Schelphoek ( vooronderzoek)

Al sinds de eerste planontwikkelingen is er aandacht voor de archeologische waarde van het plangebied Schelphoek. Het betreft immers een stadswijk die van aanvang af behoorde bij de historische binnenstad en ook binnen de vestingwerken lag. Het archeologisch onderzoek volgde de uitgangspunten van de nieuwe ‘Malta-wetgeving’, dat wil zeggen dat er gewerkt is conform de landelijke overgangswetgeving die sinds 2002 van kracht is. Het gaat om de overgang naar een wetgeving waarin een ontwikkelaar aansprakelijk is voor de archeologische onderzoeken die zijn projecten teweeg brengen. Nederland had in 1992 een Europees Verdrag hierover mede ondertekend in Valetta, de hoofdstad van Malta. Na 14 jaar discussie werd het uiteindelijke ‘Malta’-wetsvoorstel op 4 april j.l. in de Tweede Kamer aangenomen. Hij moet op het moment van schrijven nog in de Eerste Kamer worden behandeld en men voorziet een inwerkingtreding in 2007. In een volgende Nieuwsbrief zal de definitieve wet nog nader worden toegelicht. Inmiddels is er dan 5 jaar een overgangswetgeving, waarvan ook bij de Schelphoek gebruik is gemaakt. En tot dusverre in goede samenspraak en met goed gevolg!

Hoge verwachtingen
Gezien de hoge archeologische verwachtingen werd er besloten tot een verkennend onderzoek met proefsleuven, dat uiteindelijk in september en oktober 2005 werd uitgevoerd. De gemeentelijk archeologen traden niet op als uitvoerder, maar als regisseur en toezichthouder, een nieuwe rol van de gemeente als Bevoegd Gezag volgens de Malta-wetgeving. De ontwikkelaars De Eendragt en BAM Vastgoed schakelden hiervoor een archeologiebedrijf in, ADC ArcheoProjecten uit Amersfoort. De adviseur van de ontwikkelaars, Past2present-ArcheoLogic uit Woerden, deed de directievoering. Zij stelden ook het Programma van Eisen op, een document waarin nauwkeurig de onderzoeksopdracht is verwoord en dat door de gemeente is bekrachtigd.
Door middel van archief- en kaartonderzoek waren door de gemeente in 2001 de hoofdlijnen beschreven van de ontwikkeling van het gebied, dat is aangelegd vanaf 1573. Op grond hiervan zijn destijds enkele vraagstellingen voor nader archeologisch onderzoek geduid: aanleg en ontwikkeling van het gebied, bouwtechnische details van vestingwerken, bouwgeschiedenis van zoutketen en een vermoedelijke kalkoven, een scheepswerf, diverse andere nijverheid, huizen en materiële cultuur. Bij het proefsleuvenonderzoek moest bepaald worden in welke deelgebieden de bodem (nog) de resten bevat om deze vraagstellingen te kunnen beantwoorden.

Kaarten
De Schelphoek bestaat oorspronkelijk uit drie eilanden naast elkaar, aangelegd in het voormalige Voormeer aan de oostkant van de stad. Dankzij het doortrekken van de vestingwerken naar ontwerp van Adriaan Anthonisz behoorde het van aanvang af tot de omveste binnenstad. Bij het onderzoek bleek het gebied grotendeels aangelegd te zijn met gebruik van zand en klei als aanplempingsmateriaal in plaats van stadsafval. Op een onnauwkeurige kaart uit 1573 van Lourens Pietersz lijkt er alleen nog sprake te zijn van aanleg van het zuidelijke eiland, met een oost-west lopende gracht erdoorheen. Deze moet later zijn verdwenen, maar het is de vraag of deze gracht wel bestaan heeft. In een hiertoe aangelegde proefsleuf kon helaas de aan- of afwezigheid van deze gracht niet onomstotelijk worden aangetoond.
De vestingwerken, bestaande uit hoge aarden wallen en bolwerken met een brede omgrachting, zijn in de 19de eeuw geheel afgegraven en vervolgens overbouwd met bedrijfspanden. Door een gebrek aan topografisch beeldmateriaal zijn enkele aspecten van de vroegste vestingaanleg onduidelijk. Anthonisz paste bij het Boompoortbolwerk, aan de oostzijde van de Schelphoek, een opzet toe met aan de zijkanten van het bolwerk teruggetrokken flanken. Op de kaart van Drebbel uit 1597 is hij in detail afgebeeld. De uitstekende hoeken van het bolwerk worden ook wel eens ‘oortjes’ genoemd en de inhammen ‘oorgaten’. Omdat deze al vroeg zijn gedempt, was de vraag hoe deze elementen eigenlijk waren uitgevoerd. In een gerichte zoeksleuf bleek evenwel dat er van de oorgaten geen sporen meer vindbaar waren. Ze waren blijkbaar zo ondiep aangelegd dat ze door latere bouwactiviteiten zijn verstoord. Een ander kenmerk van de vestingwerken is een soort benedenpad buitenlangs de wallen en bolwerken, de zogenaamde ‘onderwal’. Hier en daar stonden er zelfs struiken of kleine boompjes op, wat zich eigenlijk slecht laat rijmen met de defensieve functie. In de nu gestarte vervolgopgraving zal nog nader gezocht worden naar de bouwwijze van dit element.

Pottenbakkersafval
Het merendeel van de sleuven was gericht op het bepalen van de aan- of afwezigheid van funderingen van uiteenlopende panden. In het noordwestelijke eiland (tussen de Voormeer, Turfmarkt, Schelphoekgracht en Zandersbuurt) bleek nog veel in de bodem bewaard, zelfs bij de kantoren die de firma Eriks er omstreeks 1985 had gebouwd. In dit gebied worden momenteel definitieve opgravingen uitgevoerd, gericht op huizen en bedrijfsgebouwen uit de 17de en 18de eeuw, waaronder een brouwerij en een laat 16de- en vroeg-17de-eeuwse scheepswerf.
Van de diverse zoutketen die van aanvang af op het zuidelijke eiland waren gevestigd, bleek maar weinig bewaard in het bodemarchief. Alleen van de meest oostelijke zoutkeet zijn nog funderingen te verwachten.
Van het oostelijke eiland bleek de helft door latere industriële bebouwing flink verstoord, maar hier zijn aan de noordkant langs de kade van het Voormeer nog wel oudere resten aanwezig. In het najaar van 2005 zijn hier zes panden gesloopt, nadat twee ervan door brand verloren gingen. Daarbij zijn in drie panden bovengronds nog onderdelen uit de vroege 17de eeuw bouwhistorisch gedocumenteerd. Archeologisch onderzoek zal dit nog kunnen aanvullen met informatie over binnenmuren, vloeren, stookplaatsen, kelders en dergelijke.
Er is slechts één beerputje aangesneden in het verkennend onderzoek, maar inmiddels is wel duidelijk dat er meerdere beerputten aanwezig zijn. In het noordwestelijke eiland zijn bij enkele gebouwen weliswaar riolen aangetroffen, maar deze zijn alle 18de- of 19de-eeuws. Helaas werden in oktober drie beerputten geplunderd door een paar brutale schatgravers.
In de zuidoosthoek werd gericht onderzoek gedaan naar de locatie van een pottenbakkerij. Deze was bekend door een archiefonderzoek door A. van der Meulen en P. Smeele. In een waterput werd een interessante verzameling pottenbakkersafval geborgen met rood- en witbakkend aardewerk. Het bedrijf werd van 1841 tot 1861 bedreven door pottenbakker Berger, een immigrant van Duitse origine die van Deventer naar Alkmaar was verhuisd. Hij produceerde nauwgezette navolgingen van uiteenlopende producten uit Frankfurt, Bergen op Zoom, Gouda en Friesland.

Peter Bitter

Literatuur
Bente, D., 2005: Programma van Eisen IVO Alkmaar Schelphoek, Archeologic Rapportage 194, Woerden.
Benthem, A. van, 2005: Alkmaar Schelphoek. Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, ADC-Rapport 503.
Rogge, C., m.m.v. P. Bitter, 2001: Cultuurhistorische verkenning en cultuurhistorische waardenkaart van het Plangebied Schelphoek, gemeente Alkmaar afdeling monumentenzorg en archeologie, augustus 2001.

Kaart uitsnede cornelis Drebbel

Afb1: Alkmaar Schelphoek kaartuitsnede.jpg
Uitsnede van de kaart van Cornelis Drebbel, 1597, met de drie eilanden die thans samen het plangebied Schelphoek vormen, omgeven door de stadswallen en bolwerken (collectie Regionaal Archief Alkmaar). Het zuidelijke eiland wordt beheerst door grote zoutfabrieken

Funderingen
Afb 2: Alkmaar Schelphoek graafwerk.jpg
Dicht onder het straatpeil zijn nog talrijke funderingen bewaard. Graafwerk bij de Turfmarkt (Foto: ADC, Amersfoort)

Pottenbakkersafval

Afb 3: Alkmaar Schelphoek pottenbakkersafval.jpg
Enkele misbaksels van de pottenbakkerij tijdens de opgraving (Foto: ADC, Amersfoort)

 

Laatste wijziging: 01 maart 2011