Wageweg (2006)

Waar bent u naar op zoek?

Wageweg (2006)

Ten behoeve van de herinrichting van de Bierkade en een deel van de Wageweg is rond deze tijd de oude bestrating verwijderd en vervangen door asfalt. Op vrijdag 23 juni 2006 werd bij de eerste werkzaamheden van de Wageweg een opmerkelijk zware fundering gevonden. De vinders, gemeente-opzichters Martin Ruijmgaart en Klaas Sneekes, haalden de stadsarcheologen erbij van de gemeentelijke afdeling monumentenzorg en archeologie. Al snel bleek het om een oude stadsmuur te gaan. Dit was onverwacht, want in 1952 was hier ook al een stadsmuur gevonden: deze is nog steeds als een soort tuinmuur van het Victoriepark aanwezig. Er blijken dus twéé muren te zijn in plaats van één! In goed overleg met de collega’s van Stadsbeheer en aannemer Vermaire konden de werkzaamheden gelukkig al snel worden aangepast, zodat met minimale vertraging een archeologisch onderzoek mogelijk werd gedurende 3 weken. Niet alleen kwamen nog de resten te voorschijn van de Rode Toren en de Wortelpoort, maar ook bleken er binnen de oudste stadsmuur twee opeenvolgende bouwfasen te zijn! Spectaculair was de ontdekking van de schade aan de stadsmuren, aangebracht door de zware Spaanse beschieting op 18 september 1573.

Situatieschets

De oudste muren
De stadsmuur behoort bij de eerste vestingwerken rond de oostelijke binnenstad en is aangelegd omstreeks 1528. Voor een goed begrip van de situatie moet men zich indenken, dat de bijbehorende vestgracht van pakweg 20 meter breed direct buiten de muur lag, dus ter plekke van het huidige Victoriepark.
Van oorsprong had men in 1524 het plan om de gehele stad te omgeven met een nieuwe aarden wal. Echter, doordat er diverse gebouwen te dichtbij stonden, heeft men langs de westkant en langs de noordkant tot aan de Friesepoort uiteindelijk volstaan met alleen een stevige bakstenen muur. Delen van deze muur zijn in 1999 opgegraven bij het Canadaplein. Vermoedelijk heeft men alleen langs de Wageweg en langs de Oudegracht het originele plan voor aarden wallen daadwerkelijk uitgevoerd. Op de kaart van Alkmaar van Jacob van Deventer uit circa 1561 zien we immers een onderscheid tussen delen met een stadsmuur (twee lijntjes met ertussen inkleuring met rode waterverf) en delen zónder stadsmuur met kennelijk alleen een aarden wal (geen rode verf, blanco). De verrassing was dan ook groot, toen bleek dat men blijkbaar niet had volstaan met louter een wal, maar dat deze wal ook nog eens was bekleed met zeer zwaar metselwerk. De muur helt lichtelijk achterover naar de stadszijde, om de aardmassa te keren. De stadsmuur is vrijgelegd over ongeveer 105 meter lengte. Tot onze verrassing heeft hij twee bouwfasen. De eerste bouwfase (rond 1528) sluit aan op de funderingen van de Wortelpoort, recht tegenover de Wortelsteeg. Deze poort leidde naar het Oudorperdijkje, waarvan een flink deel is opgeruimd bij de aanleg van het Noordhollands Kanaal in 1821. Vanaf de Wortelpoort heeft men in deze eerste bouwfase een 90 cm dikke muur gebouwd over een afstand van 45 meter. Dan stopt deze fundering abrupt met een keurig afgewerkt uiteinde. In het verlengde ervan werden nog wel drie heipalen teruggevonden van circa 1,5 meter lang, zodat het wellicht om een niet voltooide eerste aanleg gaat. In de tweede bouwfase (voorlopig gedateerd rond 1540/1550) is, iets over deze muur heen, aan de binnenzijde een nieuwe muur gemetseld van 1 meter dik. Over 36 meter afstand ligt deze muur langs de eerste muur en hij loopt door tot en met de Rode Toren.
De constructie van een wal met een dikke bakstenen bekleding was een noviteit, bedoeld om weerstand te bieden aan het steeds grotere vermogen van het geschut. Dergelijke verdedigingswerken waren in Italië ontwikkeld, waar ingenieurs in dienst van de grootste steden de meest vooruitstrevende vestingwerken ontwierpen. Een aardig detail van de Alkmaarse muur is het toegepaste metselverband, dat in de 18de eeuw nog speciaal werd aanbevolen als bouwwijze voor vestingmuren: de kern van het metselwerk bestaat uit bakstenen met de koppen naar buiten, dus in dwarsrichting in de muur gelegd. Alleen aan de buitenzijde is er een afwisseling van een laag koppen met een laag strekken (lange zijden van de baksteen). Deze strekkenlaag zorgt ervoor dat de stenen binnenin het muurwerk elkaar in de lengte halfsteens overlappen. Aan de buitenzijde oogt dit als een ietwat slordig kruisverband, maar inwendig is dit dus afwijkend. Een dergelijk metselwerk heette ‘patijtsverband’. Niet alleen het rechte muurwerk was zo gemetseld, maar ook de ronding van de Rode Toren, met de stenen ongeveer radiaal gelegd.

De Wortelpoort en de Rode Toren
Van de Wortelpoort is tot dusverre een vierkant lopende fundering gevonden, waarvan de drie zijden aan de buitenkant zijn gemetseld met zeer zwaar muurwerk van 1,2 meter dik, terwijl de vierde zijde, aan de stadskant, slechts 75 cm dik is. De enige afbeelding van deze poort is een schetsmatige weergave op een kaart van Lourens Pietersz uit 1565: een zware ronde toren met aan de oostkant ernaast een vierkant gebouwtje waarop de houten brug aansluit. Hij doet denken aan de Enkhuizer stadspoort De Drommedaris uit 1540. De ronde toren moet op het moment van schrijven (24 juli) nog worden gevonden. Ook is aan de stadskant van de Wortelpoort nog geen fundering gevonden van de doorgang door de stadswal.

Op de hoek met de Bierkade was het oostelijke uiteinde van de vestingwerken van circa 1528/1550. Hier stond de Rode Toren. De Bierkade was niet versterkt om de havenfunctie niet te hinderen. Wel stond er een zware palissade in het Voormeer voorlangs de Bierkade.
Er bestaan slechts een paar vage afbeeldingen van de Rode Toren, namelijk op de oudste kaarten van Alkmaar, kort voor 1573. Het was een forse ronde toren, die in 1550 werd omgebouwd tot molen. Vreemd genoeg staat de Rode Toren op twee kaarten precies op de hoek met de Bierkade, maar op een derde kaart (Lourens Pietersz, 1565) lijkt hij iets van de hoek verwijderd te staan. Het raadsel werd opgelost door de vondst van funderingen van de toren: hij bleek inderdaad enkele meters naast de hoek te hebben gestaan, omstreeks de inrit van het Kookgebouw & Parkhof.

Resten van de Rode toren
De torenfundering is 1 meter dik en de diameter van de ronde toren bedraagt maar liefst zo’n 8 meter!
Door de talrijke kabels en leidingen onder het wegdek kon slechts de noordelijke helft van de toren opgezocht worden. Pal ten zuiden van de toren werd een zware fundering gevonden die een haakse hoek vormde, kennelijk als een V-vorm aansluitend op de zuidelijke helft van de toren. Wellicht hield dit verband met een toegang tot de toren. Helaas was er door de vele kabels en leidingen geen mogelijkheid om dit deel van de Wageweg goed te onderzoeken.

Oorlogsschade van 1573
Het Spaanse Beleg, dat duurde van 21 augustus tot 8 oktober 1573, is een dramatisch eerste succes geweest voor Willem van Oranje. Toen in 1572 het grootste deel van noordelijk Holland was overgegaan naar de opstandelingen, had het Spaanse bestuur aanvankelijk lauw gereageerd omdat men zich nog meer zorgen maakte over de zuidelijke provincies. Eind 1572 ging Alva tenslotte over tot harde actie. Zijn terreur-strategie werd duidelijk na de moordpartijen die volgden op de inname van Naarden (1 december 1572) en Haarlem (13 juli 1573).
In Alkmaar werd, na veel discussie over de kosten en over de afbraak van enkele buitenwijken, in mei 1573 in alle haast begonnen met de verbetering van de vestingwerken. Men besefte dat de stadsmuren, die toen nog maar zo’n 20-25 jaar eerder waren voltooid (!), niet bestand zouden zijn tegen het vernieuwd geschut. Met man en macht werden nieuwe versterkingen gebouwd, volgens een bijzonder ontwerp van de Alkmaarse landmeter Adriaan Anthonisz. en de Vlaamse geuzenleider Charles de Boisot. Volgens de nieuwste Italiaanse technieken werden aarden wallen met grote aarden bolwerken (bastions) aangelegd, met als Hollands kenmerk brede singelgrachten, een combinatie die later bekend zou staan als het ‘Oud-Hollandse vestingstelsel’. Aan de zuid- en westkant waren de werken in ongeveer 3 maanden gereed. Men zou juist beginnen aan de noordzijde, toen de Spanjaarden verschenen. Zij richtten hun aanval inderdaad op deze zijde, met name op de Friesepoort en op de Rode Toren. In het weiland tegenover de Friesepoort werden negen zware kanonnen opgesteld en bij het Oudorperdijkje nog eens zeven kanonnen. Op 18 september schoten deze in een zware beschieting de stadsmuren, poorten en torens er aan puin. Volgens een ooggetuige werden wel 2000 kanonschoten afgevuurd! In de late middag werd een stormloop ingezet. De aanvallers bestormden de Friesepoort via de Frieseweg, een dijk. Om langs de Rode Toren de Bierkade te bereiken probeerden ze een soort drijvende brug, gemaakt met behulp van tonnen, te water te laten vanaf het Oudorperdijkje, maar dat mislukte door de slappe bodem en het felle geweervuur vanuit de stad. Bij de Friesepoort werden de Spanjaarden na een vreselijk gevecht afgeslagen. Nieuwe aanvalspogingen op 19 en 20 september liepen eveneens vast. Inmiddels waren rond Alkmaar de kostbare droogmakerijen weer onder water gezet. In combinatie met zware regenval zijn de Spanjaarden toen letterlijk en figuurlijk afgedropen! Vanaf 25 september begonnen ze het kostbare geschut uit de modder te verwijderen. Op 8 oktober bleken de Spanjaarden definitief vertrokken, het begin van Oranjes successen: Van Alkmaar de victorie!
De gevolgen van de Spaanse beschieting zijn goed te zien bij de stadsmuur vlakbij de Rode Toren. De buitenkant is kapot geschoten en er resteert een gehavende fundering van een paar decimeter dik. De bovenste delen van de metershoge muur zijn vanaf de fundering voorover in de gracht gevallen en hier ligt dan ook een enorme hoeveelheid grof puin. De aardmassa van de wal is daarbij naar buiten gaan schuiven en de muur is over 20 meter lengte enkele decimeters van zijn funderingen geschoven. Bij de opgraving vonden we zodoende nog de sterk verdunde, naar buiten wijkende muurrestanten. Er is ook nog een zestal Spaanse kogels gevonden. Ze wegen zo’n 20 kilo oftewel 40 pond- het bijbehorende geschut moet zeer indrukwekkend zijn geweest en dan nog te bedenken dat de zeven kanonnen op nog geen 150 meter afstand aan de overkant van de gracht bij het Oudorperdijkje stonden!

Verzakking van de stadsmuur

De stadsmuur langs het Victoriepark, de Wageweg en een bolwerk
Bij de bouw van de Friesebrug was rond 1950 een zware muur pal langs het Victoriepark hersteld. Er werd na het bezoek van H.M. koningin Juliana in 1952 een plaquette aangebracht, die er nog steeds zit. Deze muur blijkt nu te horen bij een latere bouwfase. Hij zal gebouwd zijn als herstel van de oorlogsschade direct na 1573. De wal en de muur werden naar buiten verplaatst om de enorme puinhopen niet op te hoeven ruimen. De Wortelpoort werd niet herbouwd. Nog in 1573 werden de resten van de Rode Toren met de grond gelijk gemaakt en men bouwde er een ‘bastijlloentijen’. In 1574 werd op dit bolwerkje de molen ‘De Rood’ gebouwd door de eigenaren van de runmolen die eerder in het Voormeer stond en die bij het Beleg verloren was gegaan. Op de kaart van Drebbel van 1597 is te zien dat het een forse standerdmolen was. Het kleine bastion moet weinig hebben voorgesteld, want hij is niet zichtbaar achter de molen en de molenheuvel die tegen de wal was opgeworpen.
Inmiddels waren de stadswallen, volgens het ontwerp van Anthonisz, doorgetrokken langs de nieuwste stadsuitbreidingen in de oostelijke binnenstad bij het Heiligland en rond de Schelphoek.

Resten van de Wortelpoort

Ter vervanging van de Wortelpoort bouwde men in 1595 iets verderop de Waterpoort, die uitkwam op de Bierkade.
Kort na het beleg werden ook enkele vernielde huizen herbouwd. Bij het verwijderen van de zuidhelft van het wegdek kwamen de funderingen te voorschijn van panden bij Wageweg 13 (thans hoekpand Bierkade) en bij Wageweg 15. Door de verplaatsing van de stadswal was er blijkbaar ook iets meer ruimte in deze hoek, want de achtergevels bevonden zich slechts 4,5 meter van de oude stadsmuur. De eigenaren hebben slechts enkele decennia plezier gehad van deze panden, want ze werden afgebroken respectievelijk ingekort om ruimte te maken voor de Wageweg.

In 1636 besloot de vroedschap, op verzoek van bewoners aan de oostkant van het Luttik Oudorp, tot de aanleg van een nieuwe toegang tot de stad vanuit de pas droog gemaakte Schermer. Aansluitend op de bouw van een houten Schermerpoort en de bestrating van het Heiligland werd de Wageweg aangelegd als verbinding áchterlangs het Luttik Oudorp. Men hoefde dan niet over het Luttik Oudorp de stad in, waar op de beide wekelijkse marktdagen anders grote verkeersopstoppingen zouden komen! In 1639-1641 werden drie huizen, een schuur en een klein huisje ‘verzet’, waarvan we er dus twee hebben terug gevonden, terwijl de molen De Rood naar buiten werd verzet.
Het resultaat zien we op de kaart van Ioan Blaeu uit 1649: omstreeks de plek van de Rode Toren bevindt zich een vierkant uitgebouwd bolwerk, dat kennelijk kort te voren is aangelegd. De molen De Rood is verplaatst tot op dit bolwerk. Bij het oostelijke uiteinde van de opgemetselde muur langs het Victoriepark blijkt precies nog de aanzet van dit bolwerk te zitten: in een ondiepe opgravingsput werd de hoek van het bolwerk gevonden. Vermoedelijk staat de zuidelijke gevel van het Kook-gebouw nog op dit bolwerk, waardoor dit gebouw ook zo ongelijkmatig is verzakt! Hiernaar zullen we nog nader onderzoek moeten doen.
Rond 1820 werd het Noordhollands Kanaal dwars door de toenmalige oostelijke binnenstad aangelegd. Tussen de Tienenwal en de Wageweg werd een gat van 45 meter geslagen in de vesting, waarbij onder andere de Waterpoort verdween. Omdat de bocht voorlangs de Wageweg voor de schepen te scherp werd, is hier een ruime bocht gemaakt, waarvoor de Randersdijk werd opgeschoven. De oude vestgracht werd gedempt met de vrijkomende grond. Hierop werd het Victoriepark aangelegd.

Een nieuw 8-oktober monument
Op 3 juli 2006, amper een week na de ontdekking van de stadsmuur, verzoekt de gemeenteraad om de mogelijkheid te onderzoeken om een deel van de opgegraven fundamenten onbedekt te laten en met de verdere uitvoering van de wegwerkzaamheden daar rekening mee te houden. De overwegingen betreffen het historische belang, het wetenschappelijke belang en het culturele belang van deze vondst voor Alkmaar en wellicht voor de geschiedenis van Nederland, waarbij tevens gedacht wordt aan het belang van de Geschiedenislessen op de scholen, alsmede de mogelijkheden van de uitbreiding van de toeristische ‘trekpleisters’ van de stad.
Op het moment van schrijven wordt in opdracht van wethouder Epskamp gewerkt aan een herzien plan voor de weginrichting, gezamenlijk door collega’s van de afdelingen monumentenzorg en archeologie, wijkbeheer, ruimtelijke ordening en verkeer. Het onbedekt laten van de muur blijkt niet uitvoerbaar, want het originele metselwerk is niet vorstbestendig omdat er tamelijk zachte baksteen voor is gebruikt. Een veel genoemde optie, het met een glasplaat afdekken van de muur, is eveneens bezwaarlijk. Het glas zou op termijn ondoorzichtig worden. Het grootste bezwaar zijn echter de risico’s voor de verkeersveiligheid door gladheid bij regen en doordat dit het verkeer teveel zou afleiden. Het voornemen is nu om een replica van het originele muurwerk, dat dan ondergronds voor de toekomst behouden blijft, over 45 meter lengte op te metselen op exact dezelfde plek. Ook wordt een deel van de Rode Toren opgemetseld. Vanwege het intensief gebruik van de Wageweg als verkeersader van de stad moeten de andere resten in het platte vlak worden gemarkeerd. Het streven is om dit plan nog voor de herfst uitgevoerd te krijgen.

Literatuur:
E.H.P. Cordfunke (red.), 1973: Alkmaar ontzet 1573-1973, Alkmaar (Alkmaarse Studiën 2).

Peter Bitter
Met dank aan Harry de Raad van het Regionaal Archief Alkmaar voor aanvullend archiefonderzoek

Laatste wijziging: 01 maart 2011