Stadsgedicht - Kaaskop Hiphop

Waar bent u naar op zoek?

Home > Inwoners > Stadsgedicht - Kaaskop Hiphop

Stadsgedicht - Kaaskop Hiphop

Het eerste stadsgedicht van Joris Brussel.

Kaaskop hiphop

Lokale piraten en boeven praten over hun leven in Alkmaarse straten,
ze zingen multiculturele tieners toe dat ze hun hood moeten ownen
doelend op de Vinex-wijken waar autochtonen in alle rust wonen.

Bovengenoemde boef rapt over tattas die zijn voornaam verkeerd uitspreken,
terwijl hij zich op zijn beurt over vrouwen durft uit te spreken als zijnde kechs:
taal biedt een brug voor generatiekloven, maar is óf mag daar alles mee gezegd?

Molens, polders en ook ik ontkom niet aan kaas; ze horen in Alkmaars hart,
maar de oer-Hollandse nuchtere Alkmaarder is net zo goed bruin, geel of zwart.

Er zijn in Overdie meer afkomsten aanwezig dan er Hollandse cafés zijn in de binnenstad
maar zet muren om culturen en toeristen komen niet verder dan op het Waagplein aan de patat.

De oom van mijn zoon is een Afrikaanse klankenkunstenaar uit Alkmaar
die zingt over burgeroorlogen, gouden bolides en eindeloos straatgeweld,
ik neurie mee terwijl ik ruzie met mijn papafiets; ben ik dan een antiheld?

Integendeel, want ik leer mijn kleine man de stad te bekijken als een groot contrast
maar dat is pas rijkdom als we accepteren dat dezelfde klomp niet elke (pinda)kaaskop past.

Laatste wijziging: 30 januari 2019